IJsprinses in ballenland. Over cocoonen buiten de comfortzone.

Hup nou Bloemendaal, naar veuren! Harder die ballen! Pressen jongens, verdorie!”
Diverse verwassen oranjetinten kleuren het veld.
Bloemendaal trilt op haar grondvesten. Onder de spanning van het spel, de strijdbaarheid van haar spelers en onder diens gemiddelde
lichaamsgewicht.

Ik sta langs de zijlijn van veld 2, met op links de achter grote zonnebrillen verscholen andere vrouwen-van, en op rechts alle met hockeyballen in de weer zijnde kinderen-van. Het zorgt zichtbaar voor enige verwarring over tot welke van deze twee categorieën ik nu precies behoor. Reden genoeg voor een binnenpretje. Die toch al wordt aangewakkerd door het schouwspel vlak voor me. 



Want daar trekken knappe hockeymannen bezweet ten strijde. Hartstochtelijk en onbevreesd, op hoog niveau. Althans, dat doen de kritische noten die worden verzorgd door het toeschouwende, veelal door ouderdom geblesseerde, bankzittende deel van het veteranenteam vermoeden.

Afgaande op hun oordeel is de winst van deze wedstrijd van ongekend levensbelang en is het net of ze bij verlies vreselijke dingen zullen moeten ondergaan. Zoals het met hockeyballen gestenigd worden door dat donkerblauwe zooitje ongeregeld van Pinoké bijvoorbeeld. Of zoals het de hele volgende wedstrijd pijnlijk gekromd moeten spelen met veel te kleine roze Princess Mini sticks. Of, het allerergste: géén bier, géén bitterballen en géén sigaretten tot aan de winterstop. Met recht dus: een kwestie van leven of dood.

Deze op de bank gezetelde mannen naast het veld zijn net zo rood aangelopen en bezweet als de mannen op het veld, met slechts één fundamenteel verschil: zij weten het beter. 
Ze smoren dan ook bijna in hun bitjes als zij zuchtend en krakend op gezette toon de teamspirit voeden met “Verdomme!”, “Dit is toch geen spel?”, “Wáárom lóópt ‘ie niet?!”, “Wat een kútzooi!” – hier en daar afgewisseld met een bescheiden, haast geluidloze “Hup!”, voor de vorm.

Ik snap er werkelijk niets van. Van het hele spel niet. Deze als schaatsmeisje zijnde nieuwe wereld is mij volledig onbekend en de terminologie volslagen vreemd. Tot vandaag was flatsen iets als de uitwerpselen van een gevleugeld medeschepsel, pushen iets dat je vooral niet teveel moest doen en shoot was tot dusver de kindvriendelijke versie van kut.
Ook de tendens van de pot is maar moeizaam te peilen; is alles tijdens de wedstrijd nog overheersend ruk, heeft ieder spel na afloop hoe dan ook iets briljants en slaan de heren elkaar hartelijk lovend op de schouders vergezeld van rijkgevulde pitchers en een schaal welverdiende bitterballen.

Minstens zo verwarrend is het feit dat natuurwetten hier met gemak worden doorbroken. Leeftijd speelt hier bijvoorbeeld totaal geen rol. Hoewel het vaak wel de parten spelende factor van het geheel is en het niet zelden voorkomt dat een speler het veld moet ruimen omwille van zweepslag, spit of spierscheuring, is er geen ruimte voor geriatrisch gelul en schitteren brandende schaafwonden veroorzaakt door meedogenloze slidings onder witte broekjes en wordt over een gebroken duim, vinger of hand niet gesproken; dat hoort nou eenmaal bij het spelletje.

Een voor mij nogal wonderbaarlijk, maar heerlijk tafereel. Ik vind het geweldig. Een lust voor het oog. Niet alleen omdat ik gek ben op het jongensachtige fanatisme, ik enorm geniet van de gebroederlijke teamspirit en ik ontzettend veel van bier en bitterballen houd, maar ook omdat deze nieuwe wereld me zo’n andere kijk op het leven biedt. Een kijk voorbij de vooroordelen van kakse koudheid en geaffecteerd gebrul. En waar achter elke rollende R een schat aan humor schuilgaat.

Want ook dat is nieuw me. En het doet me meer dan ooit beseffen dat we dat veelvuldig doen: in basale bekrompenheid een beeld van iemand vormen zonder eerst verder te kijken dan onze eigen klare kaders.
Vaak vínden we daar toch iets van, van zo’n kaks kluitje van de club. Waardoor we ons niet zo snel aan hun gezelschap zullen wagen. Niets is tenslotte veiliger dan te blijven cocoonen in de eigen comfortzone en vooral om te gaan met zelfsoortigen – in mijn geval het ijsglijdende type.

Maar nu weet ik: wat zonde! Want kortzichtigheid leidt tot onwetendheid. En daar heb je dus uiteindelijk, juist, alleen jezelf mee.

Dus waarom binnen je comfortzone blijven als daarbuiten veel meer te beleven valt? Nieuwe dingen doen is leuk, nieuwe mensen ontmoeten leerzaam, maar de combinatie van nieuw ontdekken en open staan voor anders is fenomenaal! Wie had gedacht dat een stel belegen Bloemendaalse hockeyheren mijn leven zou verrijken? Niemand! Nee, maar echt. Niemand.

En toch: niets is minder waar. Ik geniet van de zondagmiddagen langs het veld. Ik geniet van het fanatieke spel, de hartstocht om de winst en, vooruit, van het ijskoude bier. Ik geniet van het goede gezelschap, het harde gelach en de goede gesprekken. Ik geniet van dingen die in de diepe krochten van mijn comfortzone niet bestonden, omdat ik vooraf al had besloten dat ik er iets van vond. Een ware levensles dus; dat gaan we niet meer doen. Anders is het devies. Ik hartje anders!

Dus. Van hockey snap ik nog steeds geen reet, maar het leven wordt me wel een stukje duidelijker. En da’s toch wat men noemt: pure winst.

img_4231

img_4419

Foutje? Bedankt! Over de kunst van het falen.

toilets

Muizentandjes. Zo noemt ‘ie ze altijd, onze tandarts. As we speak klem ik ze, samen met mijn muizenkiesjes en muizenkaakjes, op elkaar om zo al mijn kracht en aandacht te vergaren. Mijn voetjes bungelen in de lucht. Mijn hoofd wordt rood, en mijn knokkels wit als mijn vingertjes de toiletbril omklemmen.

Op gepaste afstand staat mijn jongste grote broer. Hij kijkt er trots en zelfgenoegzaam bij, met zijn knuistjes triomfantelijk in zijn zij gedrukt. Je ziet hem denken: ‘Mijn kleine zusje op de grote pot. Ha! Dat heb ik mijn ouders nog niet zien presteren.’ Dat hij het nu voor elkaar heeft gekregen is een mijlpaal, zover is zeker.

Goed. Het komt er nu op aan. Ik knijp mijn ogen dicht, ik houd mijn adem in, ik pers nog één keer… Floeps. Het is gebeurd.

Aan de andere kant van het gangpad verschijnt mijn oudste grote broer. Met ferme passen en een bezorgde frons stapt ‘ie op ons af. Als ik met een hupsje van het toilet af kom en mijn broek op hijs (hee, ze hebben hier geeneens toiletpapier!) werpt hij een blik de diepte in. Je ziet hem denken: ‘Fuck.’ Behoedzaam klapt hij het deksel dicht.
Streng en verantwoordelijk als oudste grote broers kunnen zijn pakt ‘ie ons beide bij de hand en begint ons gedecideerd naar onze ouders te manoeuvreren, die even verderop in de showroom inspiratie staan op te doen voor de nieuwe badkamer.

Het zal niet de laatste keer zijn dat ik met alle goede bedoelingen een pijnlijke fout bega. Het leven dat voor me ligt zal alleen al de komende drie decennia genoeg uitdaging en verwarring voor me in petto hebben, waardoor ik regelmatig de mist in zal gaan. Eigenwijs als ik ben zal ik hoogstwaarschijnlijk zelf wel bepalen wat goed voor me is, terwijl de combinatie van nieuwe inzichten en een flinke portie fouten me steeds een beetje wijzer maakt. Al lerende zal ook ik een weg vinden, die me brengt naar waar ik anno 2016 sta. En dat is dan ook direct de zogenaamde upside: het geeft niet. No worries! Fouten maken mag. Fouten maken moet. Fouten maken is goed. Van je fouten kun je leren. De enige fout die je kunt maken is bang te zijn het fout te doen. Ik hartje fouten!

Die wijsheid heb ik niet van mezelf. Dat heb ik geleerd. In therapie. Ja. Nee, echt. Daar hoef je tegenwoordig dus niet eens meer zo heel waanzinnig hysterisch gek voor te zijn; je kunt gewoon een afspraak maken als je daar zin in hebt. En dat had ik. En dan niet op een rood fluwelen sofa met het puntje van een zijden zakdoek in je linker ooghoek graven naar het antwoord op de vraag
wat-ut met je doet. Maar gewoon zo van: vertel eens. En zo kwam het dus dat ik er achter kwam dat ik de kunst van het falen was verleerd. En dat, lieve mensen, is pas écht foute boel.

Want als je geen fouten durft te maken, word je bang dat je ze maakt. Heeft deep down waarschijnlijk iets te maken met de angst om afgewezen te worden, en dus om “er niet bij te horen”. Voor je het weet sta je eindeloos te wikken en te wegen, te wenden en te keren, maar een stap zetten ho maar. Tot je daadwerkelijk helemaal stil staat en je plotsklaps pretty much bang bent om te leven. Ja, echt. Het gebeurt. En da’s vrij zonde.

Dus. Hoe fout het ook klinkt, maak er nog maar een paar. Want fouten zijn het bewijs dat je probeert. En dat je leeft. Ze maken je tot wie je bent en geven je de kans een nóg betere en nóg leukere versie van jezelf te creëren. Op die manier halen jouw stomme fouten stiekem het beste in je naar boven. En heeft het woord ‘fout’ dus eigenlijk een heel fout imago.

Moraal van het verhaal? Fouten zijn er om van te leren. Dus je kunt er maar beter om lachen. En da’s nog gezond ook!

 

FullSizeRender

Fun, focus en venusheuvels; hoe je van je leven een feestje maakt

bucketlist

“Ja joh, ik maak de gekste dingen mee in mijn werk. Sommige mensen zijn zo weird, weet je wel? Dus ik zeg tegen haar…”
De troosteloze kamer wordt gevuld met onuitputtelijk geratel in een accent dat ik maar moeilijk kan thuisbrengen. Met een half oor hoor ik het aan en af en toe breng ik een bescheiden “hmhm” of “ah okee” uit.

De koude behandeltafel drukt op mijn maag en een langzame kramp sluipt in mijn nek. Met naar achteren getrokken schouders reik ik met beide handen naar mijn naakte billen om die, zoals me net gevraagd is, heel onhandig iets uit elkaar te houden. Ik schrik als ik de net iets te hete wax op mijn huid voel en ik bijt op mijn lip als die er even later met een ferme beweging weer vanaf getrokken wordt.

Het staat op mijn bucketlist. In het kader van nieuwe dingen proberen en over oude drempels heen stappen. Skydiven (#32) had ik al gedaan en een spin vasthouden (#35) ging iets te ver voor deze fase van mijn leven. Dus lig ik nu wijdbeens en halfnaakt in een klein achteraf-kamertje terwijl een wildvreemde vrouw met een pincet de laatste haartjes tussen mijn benen verwijdert. Je moet het een keer mee gemaakt hebben.

Mijn bucketlist. Met zwart, roze en oranje viltstift ben ik op maagdelijk A3 formaat ten strijde getrokken. Gevuld met wensen, dromen en drempels hangt ‘ie nu, groots en meeslepend, aan mijn slaapkamerdeur in een poging mijn horizon te verbreden en het leven net iets minder kut te maken. Helaas is dat laatste vandaag pijnlijk mislukt.
Toch ben ik trots op mezelf als ik weer buiten sta. Ik heb iets nieuws gedaan, ik heb mijn gêne opzij gezet en een angst overwonnen. En dat allemaal met een wekenlange, superzachte venusheuvel als resultaat. Ha! Het leven is een feestje!

Van dineren in een sterrenrestaurant (#15) tot het starten van een stichting (#9) en van leren fotograferen (#21) tot het leren van Italiaans (#25). What’s next? Hoewel de muren grijs en vochtig zijn en ik nog geen pratend hert of geheime toren heb kunnen ontdekken, is het roze sprookjeskasteel (#2) een feit. Ook een leuke baan (#1) is in the pocket en een blog bijhouden (#5): wordt aan gewerkt! Het naar binnen slurpen, snel drie keer kauwen en met angstvallig dichtgeknepen ogen doorslikken van een portie oesters (#11): een unieke ervaring. Mijn eerste klassieke concert (#6): prachtig. Mijn eerste ritje op een scooter (#21) – ja echt, ook dat stond op mijn bucketlist: hilarisch. Een kind krijgen (#3) lukt me vandaag even niet en trouwen met de liefde van mijn leven (#4) is ook ietwat ambitieus. Leren skiën (#19) schijnt vrij lastig te zijn in de zomer en even op en neer naar Machu Pichu (#27) is ook weer zoiets. Naar een gala (#18) dan misschien? Of toch beginnen aan dat boek (#7)? Ik ben helemaal voor die stedentrip naar Parijs (#16) of Rome (#17) maar daar zie je doorgaans dan weer geen walvissen zwemmen (#30).

Het is wat. Dat doelen stellen, grenzen verleggen en zoveel mogelijk uit het leven halen. Want daar gaat het om, zo’n emmerlijst. Het is all about weten wat je wilt in het leven. Want dat verrijkt je. En daar word je gelukkig van. Het geeft richting en structuur. En een heleboel voorpret. Fun & focus; mark my words!

Wist je dat, als je iets echt wilt, je het meeste succes hebt als je binnen 48 uur de eerste stap zet? Dat wil niet zeggen dat ik nu als een malle binnen twee dagen deze lijst ga afvinken, dat zou knap zijn. Maar het heeft me wel aan het denken gezet. Hoe vaak doe je iets binnen 48 uur vanaf het moment dat je bedacht hebt dat je het wilt? Is het niet zo dat we in plaats van heel druk bezig zijn met wat we willen, allemaal vooral heel druk bezig zijn? Van het moment dat de wekker gaat tot het moment dat we ‘m weer instellen – hoe vaak kijk jij terug op een dag waarin je iets nieuws deed, iets spannends, iets dat je horizon verbreedde of in elk geval iets dat je graag wilde? En zou het niet mooi zijn als dat vaker het geval was? Dat je doet wat je wilt. En dat als je iets wilt, je het dan ook doet?

Het leven is te kort om te vergeten te leven. Dus zet ook die eerste stap. Binnen 48 uur. Schrijf het op. Leef ernaar toe. En vooral: ga het doen. Leef je uit! En lach. Want dan, lieve mensen, lacht het leven terug.

Behalve in een waxsalon. Die zou ik lekker overslaan.

Ook een Bucketlist maken? Je doet het hier.

FullSizeRender kopie 3

FullSizeRender kopie 5

FullSizeRender kopie 4IMG_6142 2

Kut versus kittig; het gat tussen off- en online leven

facebook

“Haha! Ik moet toch altijd zó om jou lachen!” Ze gooit haar hoofd in haar nek en lacht hardop om een foto van mij op Facebook. Ik sta er goed op en kijk met licht aangeschoten pretoogjes en breed glimlachend van achter een glas wijn de lens in. Met het juiste filter, een kek kader en een guitig tekstje erbij is het overduidelijk: ik heb het goed naar m’n zin. Dat ik vlak daarvoor nog in huilen uitbarstte is nauwelijks zichtbaar.

Het sociale web staat er bol van; vrolijke volmaaktheid, geinige gekheid en leuk leven. We behangen er massaal onze facebookmuurtjes mee, twitteren en tweeten ons een ongeluk, en op instagram – ja, wat doen we daar eigenlijk in gódsnaam mee?

Het échte leven, lieve mensen, is nogal kut. Goed, een tikkie overdreven, maar rozengeur is het niet. En ook zeker geen maneschijn. Het leven is lastig. Op z’n minst niet eenvoudig. Een gok. Een aaneenschakeling van keuzes, waarvan je vooraf mag hopen dat ze achteraf de juiste zijn. En, als je durft, van springen in het diepe en maar zien of je weer boven komt.

Leven vergt lef. Of, zoals Loesje het zegt: leven is het meervoud van lef. Zit wat in. En precies wat het voor ons simpele zielen niet altijd eenvoudig maakt. En stiekem gewoon een beetje kut.

Online is er maar weinig ruimte voor kut. En ook nauwelijks voor echt. Ja, tenzij er een #photoshopfail voorbij komt die we flink kunnen liken. Of als we als gezonde Hollandse vrouw maatje zero proberen klein te krijgen. We draaien ons toetsenbord er niet voor om politici te wijzen op veinzerij en valsheid. En ook strakgetrokken BN’ers moeten het ontgelden. Dan kunnen we ineens niet meer tegen nep en moet het allemaal vooral lekker echt, eerlijk en natuurlijk blijven.

En ook ik ben geen uitzondering. Vakkundig scherm ik mijn offline leven af van de online versie, zodat alleen een perfect selfie, een hilarisch grapje en een diepzinnige quote de weg naar mijn account kent. 

Met diepe frons en kritische blik swipe ook ik mij een weg door gemaakte selfie’s die ik stuk voor stuk toets aan facebookwaardigheid. De beste optie snijd ik uit, befilter ik en voorzie ik van een tekst die de waarheid enigszins verbloemt. Het zal te maken hebben met mijn verslavende drang naar vind-ik-leuks en followers. Want die vinden dat leuk. Wat ik dan weer leuk vind. En zo is er een hele waarheid die Facebook niet kent. Wat dus eigenlijk ook best wel kut is.

Want ik ben ook maar gewoon een mens. Geloof het of niet; ik poep ook gewoon elke ochtend. Of eigenlijk: alleen als ik mazzel heb. Want soms lukt het me dagenlang niet, wat dan weer resulteert in gigantische buikpijn, ranzig geruft en, uiteindelijk, de pijnlijke bevalling van een veel te harde drol. Niet perse een pretje.

Dat ik op Facebook pretendeer elke ochtend wakker te worden met zwart gekrulde wimpers en glanzende lokken: het ligt niet eens dichtbij de waarheid. Met precisie en oog voor detail geef ik mijn gezicht iedere ochtend een upgrade. Die gave huid? Komt allemaal uit een potje.

Ik ben niet netjes. En ook niet echt schoon. Gestructureerd werken? Niet echt mijn cup of tea.
 Ik hou van een drankje, maar drink eigenlijk meer dan goed voor me is. Ik hou van mooie schoenen, maar kan me ook zonder krediet niet inhouden. 
Ik ben bang voor spinnen. En trouwens ook voor de dood.

Ik ben bijgelovig. En sentimenteel. Moet ik ongesteld worden, trek dan de gevarendriehoeken maar tevoorschijn. 
Ik ben onzeker. Niet alleen over wat ik aan moet, of mijn dijen niet te groot zijn en mijn tenen niet te lang, maar ook over of ik er wel bij hoor en of ik wel leuk genoeg ben. Begin ik aan een nieuwe baan, bel ik de avond ervoor nog steeds huilend mijn ouders, omdat ik het allemaal nog net zo spannend vind als toen ik voor het eerst naar de basisschool ging – en nog steeds ben ik trots op mezelf als ik vriendjes maak in de pauze.

Ik ben soms ongelukkig. En dus niet altijd vrolijk. En ook niet altijd aardig. Ik heb stemmingswisselingen, die vaker niet dan wel te begrijpen zijn. Daar word ik voor behandeld.
Ik huil ook. Regelmatig. Soms is dat heerlijk. Met van die dikke tuiten, een glas wijn op links en een bak Chocolate Fudge Brownie op rechts, en dan het laatste stukje van de Titanic onder zien gaan. Maar vaker ben ik gewoon echt heel erg verdrietig.

Want het leven is niet altijd feest. En ook niet altijd Chardonnay op het terras en in bikini op Bondi Beach. Het leven hangt niet aan elkaar van inspirerende quotes en zwoel geblikte selfies. En ook zeker niet alleen maar van heel hard gelach. Dus cut the crap, you know. Laten we stoppen met doen alsof. En leef je uit. Durf jezelf te laten zien zoals je bent. Want het mooiste wat je kunt zijn, is jezelf. Ook online.

IMG_2513

thumbnail_fullsizerender

 

FullSizeRender kopie 2

IMG_2559