#metoo. Over alledaagse neukbaarheid, aandachtsgeile kwetsbaarheid en de humor van dit alles.


Het gebeurt op een doodnormale dinsdagmiddag. In de keuken op Kanteur. Ze gooit haar handen verdedigend omhoog, haar hoofd lachend in haar nek. “Hahaha, hashtag me toohoe! God, ik voel me zó aangerand, hahaha!” Ze gooit er een knipoog in en heupwiegt dan buiten adem van het lachen weg.
Een paar dagen later sta ik op een borrel. “Ik doe er nog één hoor!”, lacht de jarige. “Ik ook! Me too! Hashtag, hashtag!” Hard gelach. “Ja, sorry hoor, maar ik vind het dus zó overdreven allemaal!” De dames knikken instemmend.

#metoo. Je hoort het zoveel, dat de kreet onlangs is uitgeroepen tot woord van het jaar. En met de aandacht, is ook de hilariteit rondom de term met de dag gegroeid. Inmiddels wordt #metoo in één adem genoemd met iets gewoons als het bestellen van een rondje bier, is verkrachting en aanranding onderwerp van grappig bedoelde animaties in de groepsapp, en lachen we hard om “die trieste wijven die meteen gaan zitten janken als er iemand aan hun billen zit.”
Was de actie in het begin nog wel een eye-opener, vinden we elke tweet en ieder blog voorzien van de hashtag nu vooral overdreven, vermoeiend, aandachtsgeil en onnodig.

Het verbaast me niet. Niet meer. Het blijkt namelijk heul normaal seksueel gedrag van alledag te zijn. Echt! Zó normaal dat niemand meer opkijkt van een collega die je toefluistert dat je lekker staat te soppen als je met een vaatdoekje in de weer bent. Niemand die er echt iets van vindt als jonge jongens bij de ingang van de supermarkt je complimenteren met je neukbaarheidsgehalte. Als je tijdens een avondje uit vol in je kruis gegrepen wordt door een willekeurige vreemde is dat gewoon een donderdagavond. En als een agressieve strandganger je in het voorbijgaan toebijt dat je zo geil bent dat hij je het liefst op je buik dwingt om je keihard van achter te kunnen neuken, betekent dat eigenlijk gewoon dat je lekker in vel zit. Toch?

Dus waarom dáár nou over zeuren? Héél normaal joh, anno 2017. Lekker gewoontjes. En: hilarisch lachwekkend! Nog even en we vertellen onze puberdochters dat het helemaal okee is om betast te worden als je daar niet om hebt gevraagd. Dat het prima is als je je docent pijpt voor een goed cijfer. Nog een paar jaar en we voeden onze zoons op met het feit dat het heel gebruikelijk is om geïntimideerd te worden als je daarmee een goede baan kunt krijgen. En grappen we tegen ons nageslacht dat ze er zelf om hebben gevraagd als ze onderweg naar huis worden verkracht.

Of kan het zijn dat ook dat niet helemaal is wat we willen? En moeten we, misschien wel, blij zijn met het feit dat, sinds de #Metoo-discussie, het aantal meldingen van seksueel geweld is verdubbeld? En dat op basis daarvan strafvervolging eindelijk mogelijk is? Dat het taboe op misbruik en intimidatie van vooral vrouwen en meisjes na decennia van feminisme, strijd voor bewustwording en slachtofferhulp eindelijk begint te verschuiven? Dat velen zich dankzij deze ene hashtag gesterkt voelen, en – soms na vele jaren – eindelijk hun verhaal doen? Dat er eindelijk grenzen worden getrokken, waarvan velen het bestaan niet eens leken te weten? Dat het begin van einde in zicht is als het gaat om het gebruiken van macht door mannen die maar pakken wat ze willen?

Okee, vooruit. Het verbaast me wél. Dat we na slechts een paar weken (!) van discussie over jarenlange (!) intimidatie nu wel Metoo-moe zijn, dat we hartelijk lachen om vrouwen die de eerste moedige stap zetten naar een eerlijkere toekomst, dat we iets kwetsbaars als grensoverschrijdend gedrag afdoen als een seksueel misverstand, en daar giechelend op proosten… Ik begrijp het niet. En ik vind het niet normaal.

Dus lach ik niet. Grap ik niet. En luister ik alleen.
Ik proost wel. Op iedereen die er net als ik voor kiest het niet normaal te vinden. En op alle vrouwen die mij voor gingen. Want ik heb het nog niet gedurft.

FullSizeRender

Forenzen, flikken, vulkanen en varanen. Pushing the boundaries 2.0. Het leven is een feestje!

Lees ook deel één! 

“Okay, okay, I understand. No taxi’s here. So. Maybe..? You..?”
Met mijn armen om mijn backpack geklemd kijk ik van onder mijn wimpers naar hem op. Het is al laat en donker buiten, en een hevige regenbui klettert op het dak. De mannen in uniform verzamelen zich geamuseerd om mij en Dr. Google heen.
Het is nu 6834 slepende uren later dan vanmorgen en ik ben met al m’n hebben en houden via een jeep, een minibus, op een scooter, in een touringbus, met een boot en nog een bus uiteindelijk gestrand in een Balinees kantoor. Het komt nu aan op mijn beeldige bambi-blik. En op de 600.000 vers gepinde rupiah in mijn linkerhand. “So maybe you… can take me?” Even knipperen. Glimlachen. “Please?”  Even later neem ik achterin de politiewagen plaats.

03.00. De getallen prijken onverbiddelijk op het scherm van mijn telefoon als met een irritant geluid de wekker gaat. Ik lig in bed met mijn spijkerbroek aan die ik diep in mijn warme vliegtuigsokken heb gestopt. De capuchon van mijn fleecevest is strak over mijn hoofd getrokken pogende me te beschermen tegen kou en vocht in het hoofdkussen. Op de tast zoek ik het lichtknopje, en op mijn hoede voor verschrikkulukke achtpotigen was ik snel mijn gezicht en poets ik waaks mijn tanden.
Voorzichtig kom ik tot de conclusie: dit is niet écht iets voor mij.
Maar als ik weer een beetje bij m’n positieven ben na een veul te korte nacht, en ik ongedeerd uit de badkamer kom, heb ik er weer zin in en sta ik even later trappelend langs de kant van de weg te wachten op mijn Harrie, die me straks het uitzicht van m’n leven gaat bezorgen.

Want vanaf hier zal ik me in het donker door vulkanisch landschap naar de Bromo manoeuvreren om die bij zonsopgang te aanschouwen. Een mystiek geheel en een geweldige ervaring! De nodige oh’s en ah’s zijn op z’n plaats en 5 miljoen foto’s worden eerst vanuit het uitzichtpunt en later vanaf de vulkaan onvermoeibaar gemaakt voordat ik als een blij ei verzadigd deze highlight van mijn lijstje kan vinken. Check!

Ik ben inmiddels aangekomen aan de oostkant van Java. Treinreizend heeft vooral mijn camera het zwaar moeten ontgelden en samen maakten we verhitte overuren. Java is geweldig! Plaatjes van adembenemende landschappen, plaatjes van blootvoetige kindjes, plaatjes van het lekkerste eten, het bizarre verkeer en op kunstige wijze ook af en toe van mezelf. Ik ontmoet de leukste mensen en ik geniet van de mooiste gesprekken. Zo maak ik kennis met de zwaarlijvige hindoeïstische Putuh, die ervan overtuigd is dat God ons heeft samengebracht opdat hij mij nu de beste tips voor zijn Bali kan geven (Dank u!). Ik ontmoet Iwan, die als toerist in eigen land net zo onder de indruk is van al het moois als ik. En ik moet vreselijk lachen met de scheidsrechterjongens die ik ontmoet dankzij de Ajax-pen van mijn broer; het beste geheime wapen ooit voor een goed gesprek in Indonesië! Onderweg word ik meermalen ten huwelijk gevraagd, en hoewel ik niet terugschrik van een goed feestje op z’n tijd, wijs ik in zo’n situatie toch maar op de plastic H&M trouwring die moet dienen als ultiem zelfverdedigingsmiddel als vrouw alleen in het verre Oosten. En hoera! Dat werkt. So far, so good.

Bali is andere koek. Het eiland is niet nieuw voor me en nadat ik tempelhoppend en souvenirshoppend vijf keer over een stel toeristen ben gestruikeld besluit ik een deurtje verderop te gaan, en boek ik op een mooie avond een spontane binnenlandse vlucht naar Labuan Bajo om er vanaf daar een paar dagen op uit te trekken richting Komodo. Je hebt tenslotte een bucketlist of niet.

De boottocht naar Komodo is de beste keuze ooit. Ik deel de boot met de uiterst gezellige Maastrichtse Joëll, Maureen en Tiffany, de Engelse Neil en de Franse Xarina, en samen maken een waar feestje waarbij we niet schuwen de lokale bevolking ons per boot te laten voorzien van ijskoude Bintangs.
De varanen zijn ge-wel-dig. Wát een imposante beesten. Niet ten minste door het feit dat ze niet alleen moordlustig zijn, maar ook nog eens ongenadig snel. Bovendien beschikken ze over slijm dat je na een beet langzaam maar zeker van binnenuit zal verteren, en daar is dan geen redden aan. Gelukkig beschermt onze gids ons met een hele lange stok.

Na een paar dagen op de boot hop ik verder naar Lombok. Want, in het kader van moet-je-gedaan-hebben, mag een paar dagen scooteren niet ontbreken. Living on the edge, want zonder motorrijbewijs ben je hier niet verzekerd. Maar ach, wat kan er nu helemaal mis gaan?
Als ik na een paar uurtjes gelukzalig toeren languit op het asfalt lig krijg ik daar langzaam maar zeker zo een beetje een beeld bij. En zo kom ik voor de tweede keer in korte tijd in aanraking met de politie, die me naar een kliniek in de buurt brengt.
De schaafwonden en jodiumvlekken geven me als buitenlandse een extra indrukwekkende touch en veel bekijks trek. Zo komt het dan ook dat ik niet veel later bevriend raak met de Lombokse Andito, Elmina, Chie en Riska. Omdat toeval niet bestaat werken de dames in het ziekenhuis en is Andito’s beste vriend eigenaar van de scootershop. In ruil voor Engelse gesprekken, eindeloos liedjes zingen op het strand en veel hard gelach komen de meiden naar mijn homestay waar ze lief ten strijde trekken met natriumchloride en verband. Andito zorgt er ondertussen voor dat ik maar 35 euro hoef af te tikken voor de scooter, en als kers op de spreekwoordelijke taart trakteert het gezelschap me op de lekkerste gamba’s ter wereld. Eerder een geluk dan een ongeluk dus!

De laatste dagen van mijn trip breng ik door op Gili Air, waar ik de bijtende zee trotseer voor noodzakelijke snorkelsessies met schildpadden, prachtige zonsondergangen, heerlijke massages en perfecte nasi goreng – voordat het tijd is mijn backpack weer om te gooien en terug te keren naar Kikkerlandje.

Van huilend op Schiphol tot dolgelukkig op de Gili eilanden. Wat een avontuur, wat een belevenissen! Deze trip was all about grenzen verleggen in het kwadraat en geen moment van spijt. Het is echt en ik geloof ten zeerste: het leven is een feestje!

FullSizeRender5 FullSizeRender-1 FullSizeRender-2 FullSizeRender-4

Dat zal je leren! – Levenslessen van, voor en door de solo soulsearcher (deel 1)

‘Ja-maar…’ Verdrietig kijk ik op en in zijn vertrouwde blauwe ogen. ‘Wat als er iets mis gaat?’ Dikke tranen glijden over mijn wangen. Als een soldaat die naar het front gestuurd wordt. En dus niet alsof ik en volontaire ga eilandhoppen in tropische sferen.

‘Lieffie, kijk me aan. Je gaat een geweldige tijd hebben. Er gebeurt niets, echt. Het komt allemaal -’
‘Euh, sorry. Ben jij niet toevallig je tasje kwijt? Jullie zaten net daar, toch? We hebben het afgegeven bij de bar.’
‘Huh? Mijn tasje..?’
‘O…’

Het was op enig moment, ergens aan het begin van dit jaar dat ik dacht zo van: ‘Okee. Ik heb zin in een aantal dingen. Een broodje kaas met jam, een inloopkast met duizend paar schoenen, gewoon een film op Netflix kunnen kijken zónder eerst 3 uur te moeten swipen, een wereld zonder plastic, gendergelijkheid, een wereld zonder mannen met knotjes, en in zo’n robotstofzuiger – het liefst één met een gezond portie eigen initiatief die de rest van het huishouden dus ook gewoon even meepikt. Logisch. Maar ik had daarnaast dus óók zin in palmbomen, zon, zee en strand.
Ik besloot me bij wijze van first things first te focussen op de laatste categorie.

En zo kwam het dat ik midden in de nacht een ticket naar het Verre Oosten boekte om een tijdje solo op pad te gaan. Omdat ik toe was aan vakantie, omdat ik graag een keer alleen wilde reizen en omdat je er anno 2017 simpelweg niet meer bij hoort als je niet aan een beetje soulsearching hebt gedaan. En zeg nou zelf: wat kan er nu helemaal misgaan?

Inmiddels ben ik nog geen twee uur onderweg en heb ik feitelijk alleen de luttele afstand van Haarlem, via Vijfhuizen, naar Schiphol getrotseerd. En nu al ben ik mijn pinpas, mijn creditcard, mijn paspoort, een miljoentje Rupiah, zo’n 100 euro aan dollarbiljetten én mijn boardingpasses kwijt.
Dat dus. Een lekker begin!

Een flinke sessie intern kibbelen volgt, maar na vijfduizend tranen, drie schietgebedjes en 600 keer het mantra ‘Als dit maar geen voorbode is, als dit maar geen voorbode is’ in m’n hoofd herhaald te hebben, wint mijn avontuurlijke kant het van de geborgenheidstreber in mij en spring ik in het diepe. Spreekwoordelijk dan.

Het is een verademing als ik een kleine 48 uur later met een ondanks drie heftige schiftingssessies veel te zware backpack door het roerige Jakarta stap. Het eerste wat me opvalt is die bekende typische geur. Knoflook vermengd met heet asfalt, kruiden gemixt met uitlaatgassen.

Het verkeer krioelt door elkaar. Een beeld dat ik ken, maar me telkens weer doet verwonderen. Voetgangers, fietsers, tuktuk’s, auto’s, bussen… Ze schreeuwen en toeteren om aandacht. Van elkaar en van mij. ‘Hi Mister, wher u prom?’, ‘Mister, I love you!’, ‘You need tranport?
Overal zie ik blije en lachende gezichten en af en toe moet ik mijn best doen niets achter de pure vriendelijkheid te zoeken.

Het voelt nog wat onwennig zo alleen, maar nadat ik een SIM-kaartje met zo’n vier miljoen terabytes heb kan ik er wel redelijk tegenaan.
Ik baan me een weg door de stadsjungle, word vrolijk achterna gezeten door talloze schoolkinderen, bezoek de plekken waar papa heeft gewoond en drink een biertje in de Six Degrees Skybar.

Het is een onrustig eerste nachtje in het onderste deel van een krakkemikkig stapelbed, maar als ik de volgende ochtend ongedeerd geniet van mijn ontbijtje met verse mango en papaya, terwijl het ochtendritueel van Jakarta zich voor mij voltrekt weet ik het zeker: wat een goede keuze. Wat heerlijk om weer terug te zijn in dit prachtige land.

Hoewel ik het goed naar mijn zin heb, blijft het een continu getouwtrek tussen de wijde wereld willen verkennen en me willen onderdompelen in de veiligheid van thuis. Niet alleen in de aanloop hiernaartoe, maar ook tijdens het tripje vraag ik mezelf regelmatig af: waarom wilde ik dit ook alweer? En hoewel de vraag regelmatig terugkomt, is het antwoord keer op keer niet ver. De glimlach van een kind, een tempel bij zonsopgang, adembenemende landschappen, de vriendelijkste mensen, de mooiste gesprekken, het lekkerste eten; een recept voor instant geluk.

Het doet me beseffen hoe belangrijk het is te blijven ontwikkelen en jezelf zo nu en dan te pushen grenzen te verleggen en je horizon te verbreden. Waarschijnlijk de belangrijkste les die ik hier ga leren.

Dat mijn trip de komende weken nog veel meer voor me in petto heeft weet ik nu nog niet. En dat is maar goed ook. Het heeft iets te maken met een politie-escorte op Bali, een zwemlesje voor iPhones op Komodo en een klein scootercrashje op Lombok. Minor details vergeleken bij al het moois dat ik ga zien. En het beste is: ik overleef het allemaal en red het prima in m’n up. Dus kom maar door! Want wat kan er nu écht mis gaan?


FullSizeRender kopieDSC09913FullSizeRender

Moméntjes, Malbec en Mindfucks – What to expect when you’re NOT expecting?

“Okee, goed om te weten.”, denk ik als ik mijn laptop dichtklap zonder verdere actie te ondernemen. 
De reis die ik wil boeken is goedkoper dan ik dacht. Een meevallertje. Een mazzeltje. En waarschijnlijk ook vrij momenteel. In de zin van dat die prijzen natuurlijk niet eeuwig durend laag blijven.

Waarom ik me nu dan tóch liever bezighoud met belangrijker zaken zoals de pepermolen vullen met nieuwe peperkorrels en alle pennen uit de besteklade onderwerpen aan de grote inkttest?
Nou, dat komt omdat A.: peper en pennen tot de fundamentele noodzakelijkheden des levens behoren – algemeen bekend. B.: Ik het toch stiekem wel spannend vind om alleen naar de andere kant van de wereld te vliegen (en het fenomeen uitstellen daar prima bij past). En C, de echte reden: ik er een móméééntje van wil maken!

Euhh.. huh? God, ben ik zo’n vrouw geworden? Nee, maar… Ja dus.

Ken je dat? Dat iets zo perfect moet zijn dat het nooit meer de kans heeft perfect te worden? Dat in je hoofd álles moet kloppen? Zo van: als dan het huis helemaal opgeruimd is, de kaarsjes aan staan, er een stoofpotje op het fornuis staat te pruttelen en ik lékker met een glas Malbec voor de haard zit met m’n lief aan m’n zij… Dat ik dán op de knop druk om mijn lang gekoesterde droomvakantie naar zon, zee en palmbomen te boeken. En dat we dan proosten op nieuwe avonturen die gaan komen en we de hele avond bij het knisperen van het hout fantaseren over exotisch eten, tropische vissen en inheemse culturen. Dat werk.

Nou, vaak gaat het niet zo. In mijn geval besloot ik bijvoorbeeld na een week of twee, bij het uitblijven van een dergelijk tafereel, in blinde paniek midden in de nacht toch nog eens vliegtickets te bekijken om er luid vloekend en ongenadig chagrijnig achter te komen dat de vlucht die ik wilde bijna 200 euro in prijs was gestegen, waarna ik boos, balend, koud én alleen toch maar direct de transactie rond maakte, om vervolgens onrustig in slaap te vallen. En dan waarschijnlijk ook nog eens heel naar te dromen over vogelspinnen en jungleziektes. Niet heel ideaal dus.

Voor m’n lief vaak het aangewezen moment om het weer eens over verwachtingen te hebben. En dan vooral dat als ik die los zou kunnen laten, het leven daar echt een stuk mooier van zou worden. Bloedirritant, want het laatste wat je wilt is dat je man, of wie dan ook, op zo’n ongelukkig moment onuitstaanbaar wijsneuzig gaat zitten zijn en je onderwerpt aan een een levenslesje geluk. Maar, misschien, heeft ‘ie toch een punt, de goedzak.
Want de theorie luidt dat als je met minder, of het liefst geen, verwachtingen door het leven kunt stappen de kans dat je teleurgesteld raakt aanzienlijk kleiner wordt. En de kans dat je wordt verrast een stuk groter. Een klassieke win-win. Maakt sense so far.

Na het vliegticketdebacle hoog tijd dus voor een proef op de som. Een weekendje weg. Zónder te weten waar naartoe. Als vrouw is dat schoentechnisch gezien alleen al (back me up hier dames!) een vrijwel onmogelijke opgave, want voor het strand is weer heel ander schoeisel nodig dan voor de stad, en voor Parijs hele andere mode dan voor Breda. Natuurlijk. Maar goed, je hebt een afspraak met jezelf en dus ga je er zo relaxt mogelijk en volledig open in. Geen verwachtingen. Niet bij de stad, niet bij het hotel, het restaurant, het eten. En ook niet bij de activiteiten die hij geregeld heeft. Dus of je straks met een in champagne doordrenkte roze limousine wordt opgehaald voor een romantisch weekend Grote Stad waar je vanavond in een mooie jurk met een bloem in je haar eindigt in een luxe jazzy cocktaillounge met uitzicht op duizend lichtjes terwijl je man je op het podium verrast met een speciaal voor jou ingestudeerd liefdesliedje, of – kom op nou Sanne, géén verwachtingen! – niet; je weet het niet, je vindt er niets van en je verwacht niets. Nul. Nada. Loslaten die handel! En: je laten verrassen.

En dus rijd je achter hem aan als hij naar het station fietst (we gaan dus niet met de limo…). En volg je hem als hij je pesterig loopt te mindfucken door van perron 14, via perron 2, naar perron 6a te lopen, waar hij je vraagt vooral je paspoort bij de hand te houden. Je had nu kunnen denken dat het buitenland lonkt, maar omdat je dat niet doet geniet je ervan als je even later in een Amsterdamse tram staat. En laat je je verwonderen door die heerlijke stad die je verwacht had al zo goed te kennen en door alle nieuwe plekken die hier nog te vinden zijn. Je hebt geen beeld bij wat er komen gaat, en dus trap je keer op keer in zijn grappen. Waar hij dan weer genoegzaam van geniet, en waar jullie samen heel hard om moeten lachen. So far, so good dus.

Totdat je jezelf op enig moment in het theater vindt, waar je op het puntje van je stoel zwijmelend naar een op het podium huppende Danny de Munck zit te kijken.
En dat jij daarvan geniet is logisch. Maar dat de anti-musical-man himself óók naast je zit te smullen overtreft werkelijk álles!
En zo komt het dus dat, voordat je het weet, wanneer de dag zich langzaam maar zeker vordert, je je plotsklaps beseft dat alles leuk is. Dat alles mag. Dat niets moet. En het is allemaal goed!

En dáár gaat het dus om. Dat het goed is. Zónder verwachtingen. Had ik niet verwacht. En ook niet dat ik hier zou moeten toegeven dat hij dus eigenlijk al die tijd al gelijk had. En dat ik dit dus vaker ga proberen. Dat had hij dan weer niet verwacht. Maar ach… zo houden we elkaar tenminste een beetje scherp.

Vanaf 3 april ga ik mezelf als solo-backpackert een maandje door Indonesië manoeuvreren. Benieuwd naar de ongetwijfeld hilarische avonturen en/of wil je meer van mij lezen? Laat dan een berichtje achter!


IMG_5035