Forenzen, flikken, vulkanen en varanen. Pushing the boundaries 2.0. Het leven is een feestje!

“Okay, okay, I understand. No taxi’s here. So. Maybe..? You..?”
Met mijn armen om mijn backpack geklemd kijk ik van onder mijn wimpers naar hem op. Het is al laat en donker buiten, en een hevige regenbui klettert op het dak. De mannen in uniform verzamelen zich geamuseerd om mij en de kleine vertaalafdeling van Dr. Google op mijn iPhone heen.
Het is nu 6834 slepende uren later dan vanmorgen en ik ben met al m’n hebben en houden via een jeep, een minibus, op een scooter, in een touringbus, met een boot en nog een bus uiteindelijk gestrand in een Balinees kantoor. Het komt nu aan op mijn beeldige bambi-blik. En op de 600.000 vers gepinde rupiah in mijn linkerhand. “So maybe you… can take me?” Even knipperen. Glimlachen. “Please?”  Even later neem ik achterin de politiewagen plaats.

03.00. De getallen prijken onverbiddelijk op het scherm van mijn telefoon als met een irritant geluid de wekker gaat. Een wekker op vakantie. Geen ideale combinatie. En het zicht op het bruine, vochtige, afgebladderde plafond stemt me niet veel gelukkiger. Het schimmelpaleis waar ik gisteravond door de-vriend-van-de-meneer-van-het-bureau’tje-waar-ik-dit-boekte (laten we hem Harrie noemen) werd afgezet kost me een fortuin en ik heb het vermoeden dat ze die inkomsten niet graag in renovatieprojecten stoppen. Of in ramen.

Ik lig in bed met mijn spijkerbroek aan die ik diep in mijn fijne warme vliegtuigsokken heb gestopt. De capuchon van mijn fleecevest is strak over mijn hoofd getrokken in een poging me te beschermen tegen de kou en het vocht in het hoofdkussen. Op de tast zoek ik het lichtknopje en op mijn hoede voor verschrikkulukke achtpotigen was ik snel mijn gezicht en poets ik waaks mijn tanden.
Behoedzaam kom ik tot de volgende conclusie: dit is niet écht iets voor mij.
Maar als ik weer een beetje bij m’n positieven ben na een veul te korte nacht en ik ongedeerd uit de badkamer kom, heb ik er weer zin in en sta ik even later trappelend langs de kant van de weg te wachten op mijn Harrie, die me straks het uitzicht van m’n leven gaat bezorgen.

Want vanaf hier zal ik me in het donker door vulkanisch landschap naar de Bromo manoeuvreren om die bij  zonsopgang te aanschouwen. Een mystiek geheel en een geweldige ervaring! De nodige oh’s en ah’s volgen en 5 miljoen foto’s worden eerst vanuit het uitzichtpunt en later vanaf de vulkaan onvermoeibaar gemaakt voordat ik verzadigd ben en als een blij ei deze highlight op mijn lijstje kan afvinken. Check!

Ik ben inmiddels aangekomen aan de oostkant van Java. Al treinreizend heeft mijn camera het zwaar moeten ontgelden en samen maakten we verhitte overuren. Java is geweldig! Plaatjes van adembenemende landschappen, plaatjes van blootvoetige kindjes, plaatjes van het lekkerste eten, het bizarre verkeer en op kunstige wijze ook af en toe van mezelf. Ik ontmoet de leukste mensen en ik geniet van de mooiste gesprekken. Zo maak ik kennis met de zwaarlijvige hindoeïstische Putuh, die ervan overtuigd is dat God ons heeft samengebracht opdat hij mij nu de beste tips voor zijn Bali kan geven (Dank u!). Ik ontmoet Iwan, die als toerist in eigen land net zo onder de indruk is van al het moois als ik. En ik moet vreselijk lachen met de scheidsrechterjongens die ik ontmoet dankzij de Ajax-pen van mijn broer; het beste geheime wapen ooit voor een goed gesprek in Indonesië! Onderweg word ik meermalen ten huwelijk gevraagd, maar hoewel ik niet terugschrik van een goed feestje op z’n tijd, wijs ik in zo’n situatie toch maar op de plastic H&M trouwring die moet dienen als ultiem zelfverdedigingsmiddel als vrouw alleen in het verre Oosten. En hoera! Dat werkt. So far, so good.

Bali is andere koek. Als ik er spekkoek van kon maken had ik het er waarschijnlijk heerlijk gevonden, maar de waarheid wil dat het een beetje tegenvalt. Het eiland is niet nieuw voor me en nadat ik vijf keer over een stel toeristen ben gestruikeld besluit ik een deurtje verderop te gaan. Hoewel ik er een paar fijne dagen al snorkelend, tempelhoppend en souvenirshoppend doorbreng boek ik op een mooie avond  een spontane binnenlandse vlucht naar Labuan Bajo om er vanaf daar een paar dagen op uit te trekken richting Komodo. Je hebt tenslotte een bucketlist of niet, en er moet nodig weer gevinkt worden!

De boottocht naar Komodo is de beste keuze ooit. Ik heb geluk, want ik deel de boot met de uiterst gezellige Maastrichtse Joëll, Maureen en Tiffany, de Engelse Neil en de Franse Xarina. Samen maken we er een waar feestje van waarbij we niet schuwen de lokale bevolking ons per boot te laten voorzien van ijskoude Bintangs.
De varanen zijn ge-wel-dig. Wát een imposante beesten. Nog imposanter door het feit dat ik van onze gids begrijp dat ze moordlustig en ongenadig snel zijn en beschikken over slijm dat je na een beet langzaam maar zeker zal verteren – en daar is dan geen redden aan. Gelukkig beschermt hij ons met een hele… euh.. lange stok.

Na een paar dagen op de boot hop ik verder naar Lombok. Want, in het kader van moet-je-gedaan-hebben, mist er nog één ding aan mijn tripje door Azië: heel onverantwoord op een scooter het eiland verkennen. Onverantwoord, omdat je niet verzekerd bent als je geen buitenlands en geen motorrijbewijs hebt. Maar ach, wat kan er nu helemaal mis gaan?
Als ik na een paar uurtjes gelukzalig toeren languit op het asfalt lig krijg ik daar zo een beetje een beeld bij. Ik kom voor de tweede keer in korte tijd in aanraking met de politie, die me naar een kliniek in de buurt brengt en daar heel lief alles voor me betaalt. Geen slechte jongens hoor, hier!
Ik zit onder de schaafwonden en de jodium die door en onder het verband uit komt geeft het geheel een extra indrukwekkend effect, waardoor ik veel bekijks trek.

En zo komt het dat ik niet veel later, dankzij mijn gemummificeerde voorkomen, bevriend raak met de Lombokse Andito, Elmina,  Chie en Riska. En omdat toeval niet bestaat werken de dames als zuster in het ziekenhuis en is Andito’s beste vriend degene waar ik de scooter van huurde. In ruil voor gesprekken in het Engels, eindeloos liedjes zingen op het strand en veel hard gelach, komen de meiden naar mijn homestay waar ze ten strijde trekken met natriumchloride en verband. Ondertussen zorgt Andito ervoor dat ik maar 35 euro hoef af te tikken voor de scooter en trakteert het gezelschap me op de lekkerste gamba’s ter wereld. Een waar feestje!

De laatste dagen van mijn trip breng ik door op Gili Air, waar ik de bijtende zee trotseer voor noodzakelijke snorkelsessies met schildpadden, prachtige zonsondergangen, heerlijke massages en perfecte nasi goreng, voordat het tijd is mijn backpack weer om te gooien en terug te keren naar Kikkerlandje.

Van huilend op Schiphol tot dolgelukkig op de Gili eilanden. Wat een avontuur, wat een belevenissen! Deze trip was all about grenzen verleggen in het kwadraat en geen moment van spijt. Het is echt waar: het leven is een feestje!

FullSizeRender5 FullSizeRender-1 FullSizeRender-2 FullSizeRender-4

Dat zal je leren! – Levenslessen van, voor en door de solo soulsearcher (deel 1)

‘Ja-maar…’ Verdrietig kijk ik op en in zijn vertrouwde blauwe ogen. ‘Wat als er iets mis gaat?’ Dikke tranen glijden over mijn wangen. Als een soldaat die naar het front gestuurd wordt. En dus niet alsof ik en volontaire ga eilandhoppen in tropische sferen.

‘Lieffie, kijk me aan. Je gaat een geweldige tijd hebben. Er gebeurt niets, echt. Het komt allemaal -’
‘Euh, sorry. Ben jij niet toevallig je tasje kwijt? Jullie zaten net daar, toch? We hebben het afgegeven bij de bar.’
‘Huh? Mijn tasje..?’
‘O…’

Het was op enig moment, ergens aan het begin van dit jaar dat ik dacht zo van: ‘Okee. Ik heb zin in een aantal dingen. Een broodje kaas met jam, een inloopkast met duizend paar schoenen, gewoon een film op Netflix kunnen kijken zónder eerst 3 uur te moeten swipen, een wereld zonder plastic, gendergelijkheid, een wereld zonder mannen met knotjes, en in zo’n robotstofzuiger – het liefst één met een gezond portie eigen initiatief die de rest van het huishouden dus ook gewoon even meepikt. Logisch. Maar ik had daarnaast dus óók zin in palmbomen, zon, zee en strand.
Ik besloot me bij wijze van first things first te focussen op de laatste categorie.

En zo kwam het dat ik midden in de nacht een ticket naar het Verre Oosten boekte om een tijdje solo op pad te gaan. Omdat ik toe was aan vakantie, omdat ik graag een keer alleen wilde reizen en omdat je er anno 2017 simpelweg niet meer bij hoort als je niet aan een beetje soulsearching hebt gedaan. En zeg nou zelf: wat kan er nu helemaal misgaan?

Inmiddels ben ik nog geen twee uur onderweg en heb ik feitelijk alleen de luttele afstand van Haarlem, via Vijfhuizen, naar Schiphol getrotseerd. En nu al ben ik mijn pinpas, mijn creditcard, mijn paspoort, een miljoentje Rupiah, zo’n 100 euro aan dollarbiljetten én mijn boardingpasses kwijt.
Dat dus. Een lekker begin!

Een flinke sessie intern kibbelen volgt, maar na vijfduizend tranen, drie schietgebedjes (Beste God, doe me een plezier, laat er alsjeblieft geen mongool met snode plannen in mijn vliegtuig zitten, okee? Please?) en 600 keer het mantra ‘Als dit maar geen voorbode is, als dit maar geen voorbode is’ in m’n hoofd herhaald te hebben, wint mijn avontuurlijke kant het van de geborgenheidstreber in mij en spring ik in het diepe. Spreekwoordelijk dan.

Dat ik niet zo’n heel fantastische band met God heb verbaast me niet zoveel. Maar dat de beste man – okee, of vrouw – mij in deze fase van mijn leven onderwerpt aan een flauwe vorm van licht sadisme valt me toch een beetje van hem/haar tegen. Misschien is mijn tweede les van deze reis (na het goed in de gaten houden van m’n bagage dus) dat het zou helpen als ik God wat serieuzer zou nemen. Maar dat vind ik een hele uitdaging als ik inwendig vloekend plaats neem naast de dronken mongol op stoel 48F.
Het zou me verrassen als ‘ie nog hersencellen over heeft voor snode plannen, dat stelt me gerust, maar prettig is het niet om in zijn aura van pure alcohol gedwongen te moeten luisteren naar zijn talloze versies van hetzelfde verhaal. Les drie: ook eens wat gezonder gaan leven?

Het is een verademing als ik een kleine 48 uur later met een ondanks drie heftige schiftingssessies veel te zware backpack door het roerige Jakarta stap. Het eerste wat me opvalt is die bekende typische geur. Knoflook vermengd met heet asfalt, kruiden gemixt met uitlaatgassen.
Het verkeer krioelt door elkaar. Een beeld dat ik ken, maar me telkens weer doet verwonderen. Voetgangers, fietsers, tuktuk’s, auto’s, bussen… Ze schreeuwen en toeteren om aandacht. Van elkaar en van mij. ‘Hi Mister, wher u prom?’, ‘Mister, I love you!’, ‘You need tranport?
Overal zie ik blije en lachende gezichten en af en toe moet ik mijn best doen niets achter de pure vriendelijkheid te zoeken.

Het voelt nog wat onwennig zo alleen, maar nadat ik een SIM-kaartje met zo’n vier miljoen terabytes heb kan ik er wel redelijk tegenaan (les vier: iets doen aan die facebookverslaving?).
Ik baan me een weg door de stadsjungle, word vrolijk achterna gezeten door talloze schoolkinderen, bezoek de plekken waar papa heeft gewoond en drink een biertje in de Six Degrees Skybar.

Het is een onrustig eerste nachtje in het onderste deel van een krakkemikkig stapelbed, maar als ik de volgende ochtend ongedeerd geniet van mijn ontbijtje met verse mango en papaya, terwijl het ochtendritueel van Jakarta zich voor mij voltrekt weet ik het zeker: wat een goede keuze. Wat heerlijk om weer terug te zijn in dit prachtige land.

Hoewel ik het goed naar mijn zin heb, blijft het een continu getouwtrek tussen de wijde wereld willen verkennen en me willen onderdompelen in de veiligheid van thuis. Niet alleen in de aanloop hiernaartoe, maar ook tijdens het tripje vraag ik mezelf regelmatig af: waarom wilde ik dit ook alweer? En hoewel de vraag regelmatig terugkomt, is het antwoord keer op keer niet ver. De glimlach van een kind, een tempel bij zonsopgang, adembenemende landschappen, de vriendelijkste mensen, de mooiste gesprekken, het lekkerste eten; een recept voor instant geluk.

Het doet me beseffen hoe belangrijk het is te blijven ontwikkelen en jezelf zo nu en dan te pushen grenzen te verleggen en je horizon te verbreden. Waarschijnlijk de belangrijkste les die ik hier ga leren.

Dat mijn trip de komende weken nog veel meer voor me in petto heeft weet ik nu nog niet. En dat is maar goed ook. Het heeft iets te maken met een politie-escorte op Bali, een zwemlesje voor iPhones op Komodo en een klein scootercrashje op Lombok. Minor details vergeleken bij al het moois dat ik ga zien. En het beste is: ik overleef het allemaal en red het prima in m’n up. Dus kom maar door! Want wat kan er nu écht mis gaan?


FullSizeRender kopieDSC09913FullSizeRender

Moméntjes, Malbec en Mindfucks – What to expect when you’re NOT expecting?

“Okee, goed om te weten.”, denk ik als ik mijn laptop dichtklap zonder verdere actie te ondernemen. 
De reis die ik wil boeken is goedkoper dan ik dacht. Een meevallertje. Een mazzeltje. En waarschijnlijk ook vrij momenteel. In de zin van dat die prijzen natuurlijk niet eeuwig durend laag blijven.

Waarom ik me nu dan tóch liever bezighoud met belangrijker zaken zoals de pepermolen vullen met nieuwe peperkorrels en alle pennen uit de besteklade onderwerpen aan de grote inkttest?
Nou, dat komt omdat A.: peper en pennen tot de fundamentele noodzakelijkheden des levens behoren – algemeen bekend. B.: Ik het toch stiekem wel spannend vind om alleen naar de andere kant van de wereld te vliegen (en het fenomeen uitstellen daar prima bij past). En C, de echte reden: ik er een móméééntje van wil maken!

Euhh.. huh? God, ben ik zo’n vrouw geworden? Nee, maar… Ja dus.

Ken je dat? Dat iets zo perfect moet zijn dat het nooit meer de kans heeft perfect te worden? Dat in je hoofd álles moet kloppen? Zo van: als dan het huis helemaal opgeruimd is, de kaarsjes aan staan, er een stoofpotje op het fornuis staat te pruttelen en ik lékker met een glas Malbec voor de haard zit met m’n lief aan m’n zij… Dat ik dán op de knop druk om mijn lang gekoesterde droomvakantie naar zon, zee en palmbomen te boeken. En dat we dan proosten op nieuwe avonturen die gaan komen en we de hele avond bij het knisperen van het hout fantaseren over exotisch eten, tropische vissen en inheemse culturen. Dat werk.

Nou, vaak gaat het niet zo. In mijn geval besloot ik bijvoorbeeld na een week of twee, bij het uitblijven van een dergelijk tafereel, in blinde paniek midden in de nacht toch nog eens vliegtickets te bekijken om er luid vloekend en ongenadig chagrijnig achter te komen dat de vlucht die ik wilde bijna 200 euro in prijs was gestegen, waarna ik boos, balend, koud én alleen toch maar direct de transactie rond maakte, om vervolgens onrustig in slaap te vallen. En dan waarschijnlijk ook nog eens heel naar te dromen over vogelspinnen en jungleziektes. Niet heel ideaal dus.

Voor m’n lief vaak het aangewezen moment om het weer eens over verwachtingen te hebben. En dan vooral dat als ik die los zou kunnen laten, het leven daar echt een stuk mooier van zou worden. Bloedirritant, want het laatste wat je wilt is dat je man, of wie dan ook, op zo’n ongelukkig moment onuitstaanbaar wijsneuzig gaat zitten zijn en je onderwerpt aan een een levenslesje geluk. Maar, misschien, heeft ‘ie toch een punt, de goedzak.
Want de theorie luidt dat als je met minder, of het liefst geen, verwachtingen door het leven kunt stappen de kans dat je teleurgesteld raakt aanzienlijk kleiner wordt. En de kans dat je wordt verrast een stuk groter. Een klassieke win-win. Maakt sense so far.

Na het vliegticketdebacle hoog tijd dus voor een proef op de som. Een weekendje weg. Zónder te weten waar naartoe. Als vrouw is dat schoentechnisch gezien alleen al (back me up hier dames!) een vrijwel onmogelijke opgave, want voor het strand is weer heel ander schoeisel nodig dan voor de stad, en voor Parijs hele andere mode dan voor Breda. Natuurlijk. Maar goed, je hebt een afspraak met jezelf en dus ga je er zo relaxt mogelijk en volledig open in. Geen verwachtingen. Niet bij de stad, niet bij het hotel, het restaurant, het eten. En ook niet bij de activiteiten die hij geregeld heeft. Dus of je straks met een in champagne doordrenkte roze limousine wordt opgehaald voor een romantisch weekend Grote Stad waar je vanavond in een mooie jurk met een bloem in je haar eindigt in een luxe jazzy cocktaillounge met uitzicht op duizend lichtjes terwijl je man je op het podium verrast met een speciaal voor jou ingestudeerd liefdesliedje, of – kom op nou Sanne, géén verwachtingen! – niet; je weet het niet, je vindt er niets van en je verwacht niets. Nul. Nada. Loslaten die handel! En: je laten verrassen.

En dus rijd je achter hem aan als hij naar het station fietst (we gaan dus niet met de limo…). En volg je hem als hij je pesterig loopt te mindfucken door van perron 14, via perron 2, naar perron 6a te lopen, waar hij je vraagt vooral je paspoort bij de hand te houden. Je had nu kunnen denken dat het buitenland lonkt, maar omdat je dat niet doet geniet je ervan als je even later in een Amsterdamse tram staat. En laat je je verwonderen door die heerlijke stad die je verwacht had al zo goed te kennen en door alle nieuwe plekken die hier nog te vinden zijn. Je hebt geen beeld bij wat er komen gaat, en dus trap je keer op keer in zijn grappen. Waar hij dan weer genoegzaam van geniet, en waar jullie samen heel hard om moeten lachen. So far, so good dus.

Totdat je jezelf op enig moment in het theater vindt, waar je op het puntje van je stoel zwijmelend naar een op het podium huppende Danny de Munck zit te kijken.
En dat jij daarvan geniet is logisch. Maar dat de anti-musical-man himself óók naast je zit te smullen overtreft werkelijk álles!
En zo komt het dus dat, voordat je het weet, wanneer de dag zich langzaam maar zeker vordert, je je plotsklaps beseft dat alles leuk is. Dat alles mag. Dat niets moet. En het is allemaal goed!

En dáár gaat het dus om. Dat het goed is. Zónder verwachtingen. Had ik niet verwacht. En ook niet dat ik hier zou moeten toegeven dat hij dus eigenlijk al die tijd al gelijk had. En dat ik dit dus vaker ga proberen. Dat had hij dan weer niet verwacht. Maar ach… zo houden we elkaar tenminste een beetje scherp.

Vanaf 3 april ga ik mezelf als solo-backpackert een maandje door Indonesië manoeuvreren. Benieuwd naar de ongetwijfeld hilarische avonturen en/of wil je meer van mij lezen? Laat dan een berichtje achter!


IMG_5035

De oh’s en ah’s van een rozijn. Over mindful leven en geluk.

Toen ik zo een beetje in december het jaar 2016 aan het overpeinzen was dacht ik: ja, okee, ik heb een topjaar gehad.
Niet non-stop ufkors, want er was ook een flink aantal ouderwetse klotedagen. Maar over het algemeen heb ik dus toch wel in behoorlijke mate de bucketlist af kunnen vinken. Zo trotseerde ik de 800km asfalt voor een sensationeel liveportie Billy J. Kreeg ik de sleutels van m’n nieuwe stulp. Heb ik eindelijk weer eens leuk werk gevonden en gekregen. En ik heb genoten van ontelbare gezellige dagen met vrienden, vriendinnen en m’n lief.

Maar toch, – want zo schijnt dat dan toch te werken zo richting oud & nieuw – tóch dacht ik: ik ga het in 2017 helemaal anders doen. Zo van: ik ga minder drinken, ik ga weer lekker sporten en gezond eten. Ik ga ervoor zorgen dat álles áltijd lékker opgeruimd is. Dus de afwas laten staan is vanaf nu verleden tijd. En ik ga elke vrijdag de vloer dweilen. Bovendien koop ik direct zo’n kek notitieboekje en ga ik alléén nog maar gestructureerd werken. Ik kom trouwens ook nooit meer te laat op afspraken. En ook – bijna net zo belangrijk – ga ik ervoor zorgen dat mijn nagels, wenkbrauwen en kapsel te allen tijde in shape zijn en dat m’n benen, oksels en bikinilijn het hele jaar door zo glad zijn als een dolfijnenhuidje.

Dus… Als voortaan de wekker gaat: hup! Dan ben ik wakker, maak ik mijn bed op, trippel ik naar mijn volontkalkte badkamer waar ik niet langer dan 5 minuten douche, waarna ik fluitend in de kleding schiet die ik de avond ervoor al klaarlegde om vervolgens te genieten van een bakje magere kwark met op zonne-energie gebrande zaden en noten en handgeplukte biologische pruimen. Dan begin ik lekker vroeg aan mijn werkdag. Gezellig in de trein. Mét m’n notitieboekje.
Zo moest het zijn.

En toch dacht ik daar op 9 januari, toen ik mokkend de wekker een klap gaf en mezelf gapend tussen kledingstukken en schoenen door naar mijn badkamer manoeuvreerde, heel anders over. Je bent tenslotte uiteindelijk gewoon wie je bent. En da’s prima.
Máár, wat ik dus wel nog even op de valreep had gedaan, net vóórdat die ene column in het NRC viral ging over hoe kut mindfulness is: ik had me opgegeven voor een cursus. Mindfulness dus. Want dat is anno 2017 gewoon de oplossing voor iedere chaotische vrouw in nood.

En zo kwam het zover dat ik halverwege januari gewapend met een yogamatje en een extra paar warme sokken, in sjokkingsbroek en met een rood aangelopen gezicht, haastend en vloekend mijn dienst-weigerende fietsslot probeerde open te krijgen, om mij totáál niet mindful naar een welzijnshuis somewhere in downtown Haarlem te begeven. Daar zou ik de vleesgeworden clichés aanschouwen in de vorm van 10 vrouwen (en trouwens ook 2 mannen) die, zittend op de grond met een kopje kruidenthee allemaal meer rust, overzicht en ruimte in hun leven wilden. Van een overspannen dertiger met een tweeling die maar niet doorsliep en gewoon een beetje rust wilde, tot een menopauzale vijftiger die met rode konen toegaf alles gewoon iets positiever te willen inzien. Persoonlijk wilde ik simpelweg iets minder chaos. In mijn leven en vooral ook in mijn hoofd. Want daar zat het ‘m vooral in.

Toen we met aandacht, gesloten ogen en diepe ademhalingsteugen onder begeleiding van een diepe, meditatieve mannenstem een onbekend voorwerp (goed, het was een rozijn) moesten aanraken, ruiken en proeven wist ik ineens niet meer zo heel zeker of ik hier wel ging vinden wat ik zocht. Tussen het mindful kauwen door sloeg de twijfel toe; gingen we het nu écht hebben over de structuur, het bouquet en de smaaksensatie van een fucking rozijn? Ja dus.
Na het klinken van de klankschaal was iedereen diep onder de indruk. Nooit geweten dat een rozijn zó kon smaken. Oh’s en ah’s volgden. Dat op zich was al een aparte ervaring.

Ook de meditaties die volgden waren eigenaardig. Als type vrouw die geen uitknop op gedachten kent en waarbij piekeren, plannen en mijmeren elkaar in hoog tempo opvolgen is je hoofd leegmaken iets als verrast worden door je partner met aardbeien, champagne, kaarslicht en een eindeloze massage; je weet dat je het heerlijk zult vinden, maar ook dat het er nooit van zal komen (terwijl dat dus best een redelijke wens is).

En toch gebeurde er iets met me in die les en in de weken die volgden. Ik moet toegeven dat het met z’n allen matje-aan-matje liggend onder een dekentje tijdens een 40 minuten durende (!) meditatie ietwat sektarische associaties oplevert, maar dus óók een ongekende rust. Nee, maar echt!
En achter iets frustrerends als een puzzeltje met 9 kleine rotpuntjes (moet je bij zijn…), zitten heuse levenslessen verscholen waar je daadwerkelijk iets aan hebt!
Geloof het of niet, maar in die paar weken mindfulness heb ik meer over mezelf geleerd dan in heel 2016. Bijvoorbeeld over hoe ik met problemen omga. Wat mijn persoonlijke patronen zijn. Hoe streng ik voor mezelf kan zijn. Hoe ik rust kan vinden in emoties die me lijken te overdonderen. En ook: hoe mooi het leven is. Dat is dan toch maar mooi meegenomen, dacht ik zo.

Ook hier geldt: kortzichtigheid leidt tot onwetendheid. En de ervaring leert. Punt.
Dus hup! Naar de supermarkt met z’n allen; inslaan die rozijnen!
Je weet tenslotte nooit wat het je brengt…

IMG_5002