februari 2013

Skydive

Schermafbeelding 2014-01-20 om 19.24.11Met je benen over de rand van het vliegtuig zitten, nog één keer diep ademhalen en je dan voorover laten vallen de oneindige diepte in…
No way! Ik wacht beneden wel. Geen haar op mijn hoofd die eraan denkt om vrijwillig uit een vliegtuig te springen!

Van Tataka rijden we een klein stukje verder naar het wederom kleine Motueka. Met snode plannen in ons achterhoofd, uiteraard buiten medeweten van het thuisfront om, rijden we direct bij binnenkomst door naar het vliegveld. Dat ik het vertik om te gaan skydiven staat buiten kijf, maar informatie inwinnen kan geen kwaad, toch?

Het tegendeel wordt al gauw bewezen als een vriendelijke mevrouw van Skydive NewZealand ons na een klein half uurtje op slinkse wijze een reservering heeft aangepraat voor de volgende dag – ‘Kom gewoon langs en doe die intake, dan kun je altijd nog beslissen of je wel of niet dat vliegtuig in stapt’.

Gingen we dit echt doen? Ja dus.

We zijn de volgende dag vroeg uit te veren, poetsen onze tanden extra schoon, debatteren over onze outfit en staan stipt om 9 uur paraat bij de balie voor de Poorten van de Hel. We zetten onze handtekening onder een flinke stapel papierwerk zodat we allemaal zeker weten dat het onze eigen schuld is mochten we in een rolstoel belanden, en na een introductiefilmpje, een kleine paniekaanval mijnerzijds, een verkleedpartijtje en voorstelrondje stappen we toch echt gebroederlijk het vliegtuig in.

Ik probeer nog te genieten van het uitzicht, ik tel tot tien, ik adem nog een keer diep in en zeg nog een paar keer tegen hem hoeveel ik van hem hou voordat de deur wordt opengeschoven en de man die aan mijn bips vast zit me vastberaden naar de opening begint te manoeuvreren. Wat ik moet doen is bekend: voeten naar buiten, armen gekruist op de borst, benen om de onderkant van het vliegtuigje klemmen en kin omhoog. Drie, twee, één…

Het gevoel van een skydive is niet te beschrijven. Al na anderhalve seconde heb ik spijt van al mijn twijfel, spreid ik mijn armen en vlieg ik als een vogel door de wind. Goed, wel één die met ruim 200 km/uur richting aarde stort, maar dat terzijde. Een onwaarschijnlijk sensationele vrije val gevolgd door een ontspannen ritje onder de parachute boven misschien wel het mooiste stukje aarde ter wereld. Vanuit de lucht zie ik onder mij het prachtige Abel Tasman, het magische Golden Bay en de heerlijke Marlbourough wijnstreek. Verderop strekt de zee zich uit met daarachter het Noordereiland, dat met haar vulkanen en woesternij nog op ons wacht.

Na allebei weer met beide benen op de grond te staan rest ons slechts een paar dingen: een euforisch gejuich, een telefoontje naar het thuisfront en een goede fles wijn, maar vooral: een hele grote brede glimlach.