maart 2013

Doodsangst in het donker

Schermafbeelding 2014-01-20 om 19.35.21Het is half 4 ’s morgens als we wakker worden van onze wekker. De ventilator doet het niet en ook het lichtknopje weigert dienst. De stroom is uitgevallen. Alweer.
Morrend staan we op voor onze early morning junglesafari. En terwijl ik hem assisteer bij z’n ochtendplas door vanuit de deuropening bij te schijnen met onze enige zaklamp, spot ik vanuit mijn ooghoek een ware nachtmerrie op acht poten; onze gezamenlijke doodsangst.

‘Ehh.. schat?!’
‘Ja?’ Gaap.
‘Ehh nee, neuh, niks. Plas eerst maar even uit..’
‘Ja, verdomme, wat is er? Waarom kijk je zo?’
‘Ja, uhm……
‘Achter je…’

Een spraakwaterval aan creatieve scheldwoorden passeert de revue waarna ik wordt opgedragen de plaats des onheils nauwlettend in de gaten te houden, terwijl zijn brein op volle toeren werkt in de jacht naar een oplossing. No way dat we zo de deur uit gaan, één van ons drie zal sterven. In het donker wordt onze bagage afgetast naar bruikbare attributen voor het op handen zijnde moordspel en uiteindelijk moeten onze twee dikke Lonely Planets gewikkeld in plastic het met een harde klap ontgelden, voordat we gillend en rillend – ja echt, hij ook – ons huisje uit rennen.

Het zal daarna nog een aantal uur duren voordat we, gewapend met een grote stok, de stapel boeken weg durven te halen…

De wandeling door  het Tangkoko National Reserve is fantastisch. In het donker door een jungle vol inheemse diersoorten wandelen is voor ons als wildelifelovers wellicht niet een al te pienter plan, maar als we de eerste tarsier naar zijn woonboom terug zien jumpen worden we op slag verliefd.
In de uren erna opent het woud zich langzaam voor het zonlicht en zien we nog hornbills, een woodpecker, een luiaard en brengen we een bezoekje aan het turtle conservation programme, waar we even kunnen knuffelen met babyschildpadjes.

Het heeft iets te maken met de combinatie van uitgevallen stroom, een niet werkende douche en toilet, de overtuiging van beestjes in het matras en een geplette spin in de badkamer; hoewel we vooraf van plan waren een aantal dagen in Batiputih te blijven, besluiten we toch ’s middags al onze backpacks om te doen en terug te reizen richting Manado om vanuit daar naar het mooie Bunaken te gaan.

Op dit eiland vinden we het einde van de wereld. Geen auto’s, geen wegen en geen winkels. Alleen een paar accommodaties met uitzicht op een blauwe zee met een droom aan onderwaterleven. Bunaken staat in de top 10 van mooiste duiklocaties ter wereld en dus wagen wij ons ook weer aan de diepte. We kunnen het wel uitschreeuwen van geluk als we de eerste schildpad onder ons door zien zwemmen en genieten intens van al het pracht en praal, ons huisje aan het strand en de gezellige collega-forenzen. Een ware aanrader!

De reizigertjes in Kangoeroeland

Schermafbeelding 2014-01-20 om 19.17.50Australië is werkelijk prachtig. Op een gemiddelde dag zien we papegaaien vliegen, kangoeroes hupsen, emoes verschrikt wegrennen en gigantische reptielen sluipen.
Fantastisch natuurlijk, al dat wildlife, maar als er op een fatsoenlijke camping al boomkikkers onder de douche langs je benen omhoog kruipen (waargebeurd verhaal), is het idee aan wat er allemaal in de bush kan zitten niet heel geruststellend.

Omdat we hebben begrepen dat slangen en andere inheemse diersoorten zich meestal uit de voeten maken als je goed kenbaar maakt dat je eraan komt, stippelen wij tijdens een korte wandeling als ware debieltjes al stampend onze route uit door Australisch landschap, in de reinste hoop te ontsnappen aan levensgrote anaconda’s, wilde zwijnen en giftige klotespinnen. Hij voorop, gewapend met een stok tegen spinnenwebben en ander gespuis met mij in zijn kielzog, terwijl ik huppend op m’n grote teen van steen naar steen spring en schichtig om me heen loer.

Op zo’n moment voelen we ons echte stoere bushwalkende natuurliefhebbers en vergelijken we onszelf voortdurend met types in eenzelfde kaliber zoals Steve Irwin en Bear Grylls.

We ontdekken dan ook de mooiste plekjes. In Karijini National Park gooien we onze kleding aan de kant om te zwemmen onder een verlaten waterval en in Kakadu National Park genieten we in totale verlatenheid van het uitzicht over billabongs en Aborigonal art. Wat is dat reizen toch heerlijk!

We koken op een twee-pits gasstelletje in onze outdoor keuken, bewaren onze 5 literpakken wijn – en andere primaire levensmiddelen – in ons koelkastje, slapen in ons uitschuifbed en douchen onder onze solar shower. Het is hier lager dan laagseizoen, wat betekent dat we meestal helemaal alleen zijn en dus gewoon au naturelle in het vroege ochtendzonnetje kunnen douchen. Best romantisch.

Wat we niet vooraf geregistreerd hebben is dat het op dit moment cyclone season is. In Coral Bay worden we door locals dan ook gewaarschuwd voor oorkaan Rusty, die recht op de Australische westkust koerst. Met zijn zelfs voor Australische begrippen gigantische kracht kan het geen kwaad meer het binnenland in te rijden.
We wijzigen onze plannen en rijden richting het mooie Karijini National Park, zodat Rusty zijn business aan de kust kan doen terwijl wij genieten van de prachtige omgeving.

Dat we Rusty enigszins onderschatten blijkt pas als we op plaats van bestemming aankomen om vervolgens niet meer door te kunnen reizen. Samen met ons heeft ook Rusty zijn koers gewijzigd en komt nu recht op ons af. We zitten vast en wachten af.

Gelukkig is Tom Price een bruisende metropool vol met gezellige kroegjes, goede restaurants, grote winkelstraten en tal van attracties… If only! Tom Price is ongeveer net zo levenloos als de gemiddelde mug die onze campervan durft binnen te dringen, met alleen een kleine supermarkt, een kleine snackbar annex café en een bank. Het stadje ligt aan de basis van een enorme mijn, wat nou niet bepaald de sfeerverhogende factor van het geheel is.

Het tafereel duurt vijf dagen, Rusty raast voorbij en laat een spoor van vernieling achter. De wegen zijn kapot, staan onder water en het waterpeil in de rivieren blijft nog dagen stijgen. Het is dus even spannend, maar als de wegen weer zijn vrijgegeven vervolgen we uiteindelijk onze weg naar het noorden.
Daar maken we dankbaar gebruik van onze 4WD als we over Gibb River Road, dwars door de Kimberley richting Darwin rijden.

Inmiddels zijn we over de helft van onze prachtige roadtrip langs de westkust. We snorkelen tussen haaien en kamperen tussen kangoeroes. Van droge landschappen en uitgestrekte kustwegen langs het westen, tot de groene outback in het noorden. Gigantische rood-oranje gekleurde rotsformaties, prachtige Boabab bomen en een wildgroei aan planten maakt dat we regelmatig het gevoel hebben dat er ieder moment een dinosaurus voorbij zou kunnen wandelen. Stoppen met je ogen uitkijken is dan ook in heel Australië geen optie.