mei 2015

Dropmuizen, zonnestralen en verbrande schouders

4
Het was gisteren. Een grote opgerolde badhanddoek onder mijn oksel, in mijn rechterhand de felbegeerde rode, gelamineerde jaarkaart en in mijn linkerhand de rechterhand van mijn beste vriendin.
In onze rugtasjes een broodtrommeltje, een in aluminiumfolie verpakte fles flauwe maar koude citroenlimonade en een pedagogisch verantwoorde lading aan zonnebrandcreme in verschillende factoren. En ook: een Alfred-Jodocus-Kwak-portemonnee’tje met daarin 5 losse guldens waarvan we ons sowieso tegoed gaan doen aan kikkertjes, eetpapier, zure matten en misschien nog wat dropmuizen. Hoewel we ook kunnen gaan voor patat of ijs, maar daar zullen we over moeten jokken als we thuis komen en we weten nog niet zeker of we daar wel up for zijn, zeg maar.

Onze zomerse slippertjes brengen ons met klappende geluidjes de straat uit en één drukke weg over. In ons kielzog, op gepaste afstand, de ongemerkte aanwezigheid van een van onze moeders die haar moederhart ervan verzekert dat we – zoals we hebben gezworen – echt voorzichtig zijn en zesendertig keer naar links en zesendertig keer naar rechts kijken voordat we oversteken. En ja, het kost ons 72 seconden aan zuiver zwembadvertier, maar we doen het echt.

De rij voor zwembad de Houtvaart is lang en heet, maar dankzij ons ‘abbo’ is dat none of our business; even de rode kaart omhoog houden en we kunnen zo doorlopen. Langs de kassa naar rechts, richting het weitje.
Ons groepje ligt linksachter in de hoek, want na een hevige sessie filosoferen en debatteren op het schoolplein zijn we het er uiteindelijk allemaal over eens geworden dat dat de perfecte spot is. En dus leggen we hier zij aan zij onze grote handdoeken aan elkaar zodat een lappendeken van felgekleurde badstof ontstaat.

Vanaf deze plek, die de allerbeste zonnestralen, het lekkerste gras en – als minor detail – ook nog eens het beste zicht op de jongens uit groep 6 biedt (en dus inderdaad de allerbeste spot vormt) vullen we onze dag met doorkomen in het koude water, het doorbreken van onze duikplankvrees, het oprapen van voorwerpen van de diepste bodem en met het ervoor zorgen dat klasgenootje A een verkeringbriefje in de zwemtas van klasgenootje B stopt. De tijd van iPads, smartphones, Whatsapp en Facebook ligt nog ver voor ons. De tijd van zorgen trouwens ook. We zijn tevreden met het ijskoude water, de gammele omkleedhokjes en het gebrek aan een 4G-netwerk. We zingen over de kat Heronimus, houden voor de fun onze adem in bij iedere trein die voorbij raast en zoeken vormen in de nauwelijks aanwezige wolken. We nemen in plaats van snoepjes een patatje mét (sst!) en we vergeten onze schouders in te smeren. Totdat het zwembad sluit, en we met rode chloorogen en natte haren weer hand in hand naar huis lopen waar we pannenkoeken krijgen, en een ijsje toe.

Het was gisteren. Een verdomd mooie dag.