augustus 2016

Foutje? Bedankt! Over de kunst van het falen.

toilets

Muizentandjes. Zo noemt ‘ie ze altijd, onze tandarts. As we speak klem ik ze, samen met mijn muizenkiesjes en muizenkaakjes, op elkaar om zo al mijn kracht en aandacht te vergaren. Mijn voetjes bungelen in de lucht. Mijn hoofd wordt rood, en mijn knokkels wit als mijn vingertjes de toiletbril omklemmen.

Op gepaste afstand staat mijn jongste grote broer. Hij kijkt er trots en zelfgenoegzaam bij, met zijn knuistjes triomfantelijk in zijn zij gedrukt. Je ziet hem denken: ‘Mijn kleine zusje op de grote pot. Ha! Dat heb ik mijn ouders nog niet zien presteren.’ Dat hij het nu voor elkaar heeft gekregen is een mijlpaal, zover is zeker.

Goed. Het komt er nu op aan. Ik knijp mijn ogen dicht, ik houd mijn adem in, ik pers nog één keer… Floeps. Het is gebeurd.

Aan de andere kant van het gangpad verschijnt mijn oudste grote broer. Met ferme passen en een bezorgde frons stapt ‘ie op ons af. Als ik met een hupsje van het toilet af kom en mijn broek op hijs (hee, ze hebben hier geeneens toiletpapier!) werpt hij een blik de diepte in. Je ziet hem denken: ‘Fuck.’ Behoedzaam klapt hij het deksel dicht.
Streng en verantwoordelijk als oudste grote broers kunnen zijn pakt ‘ie ons beide bij de hand en begint ons gedecideerd naar onze ouders te manoeuvreren, die even verderop in de showroom inspiratie staan op te doen voor de nieuwe badkamer.

Het zal niet de laatste keer zijn dat ik met alle goede bedoelingen een pijnlijke fout bega. Het leven dat voor me ligt zal alleen al de komende drie decennia genoeg uitdaging en verwarring voor me in petto hebben, waardoor ik regelmatig de mist in zal gaan. Eigenwijs als ik ben zal ik hoogstwaarschijnlijk zelf wel bepalen wat goed voor me is, terwijl de combinatie van nieuwe inzichten en een flinke portie fouten me steeds een beetje wijzer maakt. Al lerende zal ook ik een weg vinden, die me brengt naar waar ik anno 2016 sta. En dat is dan ook direct de zogenaamde upside: het geeft niet. No worries! Fouten maken mag. Fouten maken moet. Fouten maken is goed. Van je fouten kun je leren. De enige fout die je kunt maken is bang te zijn het fout te doen. Ik hartje fouten!

Die wijsheid heb ik niet van mezelf. Dat heb ik geleerd. In therapie. Ja. Nee, echt. Daar hoef je tegenwoordig dus niet eens meer zo heel waanzinnig hysterisch gek voor te zijn; je kunt gewoon een afspraak maken als je daar zin in hebt. En dat had ik. En dan niet op een rood fluwelen sofa met het puntje van een zijden zakdoek in je linker ooghoek graven naar het antwoord op de vraag
wat-ut met je doet. Maar gewoon zo van: vertel eens. En zo kwam het dus dat ik er achter kwam dat ik de kunst van het falen was verleerd. En dat, lieve mensen, is pas écht foute boel.

Want als je geen fouten durft te maken, word je bang dat je ze maakt. Heeft deep down waarschijnlijk iets te maken met de angst om afgewezen te worden, en dus om “er niet bij te horen”. Voor je het weet sta je eindeloos te wikken en te wegen, te wenden en te keren, maar een stap zetten ho maar. Tot je daadwerkelijk helemaal stil staat en je plotsklaps pretty much bang bent om te leven. Ja, echt. Het gebeurt. En da’s vrij zonde.

Dus. Hoe fout het ook klinkt, maak er nog maar een paar. Want fouten zijn het bewijs dat je probeert. En dat je leeft. Ze maken je tot wie je bent en geven je de kans een nóg betere en nóg leukere versie van jezelf te creëren. Op die manier halen jouw stomme fouten stiekem het beste in je naar boven. En heeft het woord ‘fout’ dus eigenlijk een heel fout imago.

Moraal van het verhaal? Fouten zijn er om van te leren. Dus je kunt er maar beter om lachen. En da’s nog gezond ook!

 

FullSizeRender