juli 2017

Dat zal je leren! – Levenslessen van, voor en door de solo soulsearcher (deel 1)

‘Ja-maar…’ Verdrietig kijk ik op en in zijn vertrouwde blauwe ogen. ‘Wat als er iets mis gaat?’ Dikke tranen glijden over mijn wangen. Als een soldaat die naar het front gestuurd wordt. En dus niet alsof ik en volontaire ga eilandhoppen in tropische sferen.

‘Lieffie, kijk me aan. Je gaat een geweldige tijd hebben. Er gebeurt niets, echt. Het komt allemaal -’
‘Euh, sorry. Ben jij niet toevallig je tasje kwijt? Jullie zaten net daar, toch? We hebben het afgegeven bij de bar.’
‘Huh? Mijn tasje..?’
‘O…’

Het was op enig moment, ergens aan het begin van dit jaar dat ik dacht zo van: ‘Okee. Ik heb zin in een aantal dingen. Een broodje kaas met jam, een inloopkast met duizend paar schoenen, gewoon een film op Netflix kunnen kijken zónder eerst 3 uur te moeten swipen, een wereld zonder plastic, gendergelijkheid, een wereld zonder mannen met knotjes, en in zo’n robotstofzuiger – het liefst één met een gezond portie eigen initiatief die de rest van het huishouden dus ook gewoon even meepikt. Logisch. Maar ik had daarnaast dus óók zin in palmbomen, zon, zee en strand.
Ik besloot me bij wijze van first things first te focussen op de laatste categorie.

En zo kwam het dat ik midden in de nacht een ticket naar het Verre Oosten boekte om een tijdje solo op pad te gaan. Omdat ik toe was aan vakantie, omdat ik graag een keer alleen wilde reizen en omdat je er anno 2017 simpelweg niet meer bij hoort als je niet aan een beetje soulsearching hebt gedaan. En zeg nou zelf: wat kan er nu helemaal misgaan?

Inmiddels ben ik nog geen twee uur onderweg en heb ik feitelijk alleen de luttele afstand van Haarlem, via Vijfhuizen, naar Schiphol getrotseerd. En nu al ben ik mijn pinpas, mijn creditcard, mijn paspoort, een miljoentje Rupiah, zo’n 100 euro aan dollarbiljetten én mijn boardingpasses kwijt.
Dat dus. Een lekker begin!

Een flinke sessie intern kibbelen volgt, maar na vijfduizend tranen, drie schietgebedjes en 600 keer het mantra ‘Als dit maar geen voorbode is, als dit maar geen voorbode is’ in m’n hoofd herhaald te hebben, wint mijn avontuurlijke kant het van de geborgenheidstreber in mij en spring ik in het diepe. Spreekwoordelijk dan.

Het is een verademing als ik een kleine 48 uur later met een ondanks drie heftige schiftingssessies veel te zware backpack door het roerige Jakarta stap. Het eerste wat me opvalt is die bekende typische geur. Knoflook vermengd met heet asfalt, kruiden gemixt met uitlaatgassen.

Het verkeer krioelt door elkaar. Een beeld dat ik ken, maar me telkens weer doet verwonderen. Voetgangers, fietsers, tuktuk’s, auto’s, bussen… Ze schreeuwen en toeteren om aandacht. Van elkaar en van mij. ‘Hi Mister, wher u prom?’, ‘Mister, I love you!’, ‘You need tranport?
Overal zie ik blije en lachende gezichten en af en toe moet ik mijn best doen niets achter de pure vriendelijkheid te zoeken.

Het voelt nog wat onwennig zo alleen, maar nadat ik een SIM-kaartje met zo’n vier miljoen terabytes heb kan ik er wel redelijk tegenaan.
Ik baan me een weg door de stadsjungle, word vrolijk achterna gezeten door talloze schoolkinderen, bezoek de plekken waar papa heeft gewoond en drink een biertje in de Six Degrees Skybar.

Het is een onrustig eerste nachtje in het onderste deel van een krakkemikkig stapelbed, maar als ik de volgende ochtend ongedeerd geniet van mijn ontbijtje met verse mango en papaya, terwijl het ochtendritueel van Jakarta zich voor mij voltrekt weet ik het zeker: wat een goede keuze. Wat heerlijk om weer terug te zijn in dit prachtige land.

Hoewel ik het goed naar mijn zin heb, blijft het een continu getouwtrek tussen de wijde wereld willen verkennen en me willen onderdompelen in de veiligheid van thuis. Niet alleen in de aanloop hiernaartoe, maar ook tijdens het tripje vraag ik mezelf regelmatig af: waarom wilde ik dit ook alweer? En hoewel de vraag regelmatig terugkomt, is het antwoord keer op keer niet ver. De glimlach van een kind, een tempel bij zonsopgang, adembenemende landschappen, de vriendelijkste mensen, de mooiste gesprekken, het lekkerste eten; een recept voor instant geluk.

Het doet me beseffen hoe belangrijk het is te blijven ontwikkelen en jezelf zo nu en dan te pushen grenzen te verleggen en je horizon te verbreden. Waarschijnlijk de belangrijkste les die ik hier ga leren.

Dat mijn trip de komende weken nog veel meer voor me in petto heeft weet ik nu nog niet. En dat is maar goed ook. Het heeft iets te maken met een politie-escorte op Bali, een zwemlesje voor iPhones op Komodo en een klein scootercrashje op Lombok. Minor details vergeleken bij al het moois dat ik ga zien. En het beste is: ik overleef het allemaal en red het prima in m’n up. Dus kom maar door! Want wat kan er nu écht mis gaan?


FullSizeRender kopieDSC09913FullSizeRender