Van stadsjungle naar bossendoolhof

Screen Shot 2014-02-07 at 2.12.31 PM
Hoe laat is het eigenlijk? 19:00 uur. En hoe laat wordt het ook alweer donker?


 De rotsen zijn glad en de helling is stijl. We proberen niet te vallen en glibberen richting het blauwe streepje op de GPS dat een rivier zou moeten zijn.
Nummer één roept dat hij denkt dat ‘ie een pad heeft gevonden, dus volgen we zijn richting. Na vijf minuten juicht nummer drie dat er afval ligt en we op de goede weg moeten zijn. De GPS knikt bevestigend. Het paadje wordt een echt pad en dus lopen we door. Na een half uur weten we niet hoe blij we zijn met de vervallen houten omheining van het boerderijland links van ons en na nog een kwartier zien we een huis, een weg, een meisje en een hond. 
Godzijdank, beschaving, we hebben het gered!

Het is allemaal wat dat China. Als we het in één woord zouden moeten omvatten, is ‘overweldigend’ wel gepast. De chaos zodra je één voet buiten de deur zet, de gigantische gebouwen die in slechts in een paar weken bouwklaar zijn, het vreemde eten (Nee, Babi Pangan staat hier écht niet op het menu!), het niet kunnen lezen, praten of begrijpen van het Chinese… Soms vinden we China geweldig. Vaker niet. Het wisselt. Zijn we uitgerust en goed gehumeurd; geen probleem. Hebben we net 22 uur in een stinkende trein gezeten met rochelende, schreeuwende, smakkende, slurpende, spugende en rokende Chinezen.. Mwoah.. dan vinden we China regelmatig een kutland, vol met smerige klotechinezen. 
Een beproeving is het zeker, maar ook een rijke ervaring voor de rest van ons leven.

We maken weer heel wat mee in dit gigantische land.
 We crossen treinreizend het land door met behulp van fantastische infrastructuur. Prorail en NS, eat your heart out; de treinen rijden op tijd, treinen komen op tijd aan en de machinisten zijn zelden zoek.
 Door de mega-afstanden duurt een gemiddeld treinreisje zo’n 20 uur, en nestelen we ons zo goed en zo kwaad als het kan in onze hard-sleeper zodat we toch nog enigszins comfortabel een paar uurtjes slaap kunnen scoren.
Tenzij de slaapplaatsen uitverkocht zijn en we 23 uur moeten zitten. Ook gebeurd.

Beijing is… wauw! Niet wat we ervan verwacht hadden, maar China ten top zoals we het ervaren hebben. Denk je hier wat terug te vinden van het mytische, magische oude China heb je het mis en had je zo’n 2000 jaar eerder moeten zijn, maar toch heeft de chaotische stad waar maar liefst 20 miljoen mensen wonen zijn charme. We bezoeken natuurlijk het Plein van de Hemelse Vrede en de Verboden Stad en wagen ons uiteraard ook aan wat het hoogtepunt van onze tijd in China zou moeten worden: de Chinese Muur.

De wandeling heeft een aantal verrassingen voor ons in petto; het rotsklimmen naast een enorme afgrond zonder touwen, de allergische reactie op haar medicijnen van één van de meisjes waardoor haar ogen nu compleet dichtzitten, de dichte mist waardoor we nauwelijks wat zien en de regen waardoor de paden glad en blubberig zijn.
 Na een uur lopen weten we zeker dat dit waarschijnlijk het meest onverantwoordelijke is dat we ooit in ons leven zullen doen, maar door de gladheid is ongezekerd teruggaan over het stijle rotspaadje geen optie.

Na ruim 3 uur wandelen, klimmen en glibberen maken euforische gevoelens plaats in onze gepijnigde lichamen als we de eerste glimp van een rij stenen opvangen. We staan op een ongerestaureerd deel van de grote muur wat extra jeux aan het geheel geeft en na wat rust, een broodje en een fotoserie vervolgen we onze weg over de muur richting het volgende dorp. Een tijdje gaat dit goed, maar als we even van de muur door de bush moeten, stuiten we opnieuw op een probleem: we vinden ‘m nooit meer terug.

Na ongeveer anderhalf uur zijn we officieel verdwaald in het Chinese berglandschap, maken we paden waar geen paden zijn en glijden en glibberen we over de gladde rotsen en dikke pakken natte bladeren. We vallen, staan op, glijden uit en lopen door. We halen ons open aan doorns en takken, stoten ons aan stenen onder het dikke bladerpak en worden voortdurend gebeten door steekvliegen. We vinden regelmatig het pad der verlossing, die steeds weer in het niets verdwijnt. De tijd verstrijkt en het wordt gauw donker. Omdat we elkaars namen niet goed weten, geven we elkaar allemaal een nummer, zodat we in het donker makkelijker kunnen checken of iedereen er is. Om beurten zetten we onze telefoon aan om te kijken of er al bereik is. Niets. Voorzichtig kijken we uit naar een plekje om de nacht door te brengen en een vuurtje te stoken als we nog één laatste kans pakken en op goed geluk een vers ontdekt paadje volgen. Een goede keuze; het is na 9 uur dwalen als we aankomen in een klein bergdorpje en een paar dronken Chineze boeren onze groep natte, koude en bemodderde toeristen uit de bossen zien duikelen.

Nihau! Nu eerst ’n kleine rijstevino, please…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *