Wat kijk je vrolijk!

2
‘Wat kijk je vrolijk!’ Hij roept het met een triomfantelijk grimas, terwijl ik, met een diep gefronst voorhoofd, een vernietigende blik en een wolkje stoom dat vanuit mijn oren achter me aan dartelt, voorbij fiets.

Wat kijk je vrolijk. Als ik een vooruitziende, toekomstvoorspellende gave had gehad, had ik op zijn woorden kunnen anticiperen door hem in het voorbijgaan met een ferme beweging van mijn rechterarm op superpowervrouwachtige wijze met m’n elleboog te hoeken. Maar die gave heb ik dus niet. Jammer.

Wat kijk je vrolijk. Nee, daar moet ik zeker van opknappen? Moet ik nu met een blij hupsje van mijn fiets springen en midden op straat een dansje doen met deze kritische vreemdeling? Of moet ik hem met een brede glimlach een enthousiaste high-five geven, opdat hij mijn dag in één klap goed heeft gemaakt met slechts vier kleine woordjes? Of moet ik me misschien verontschuldigen voor mijn ongezellige voorkomen?

Ach man, lieve vreemdeling, ongelofelijke zeur en onuitstaanbare lul dat je bent, je hebt werkelijk geen idee. Mag ik misschien zo kijken, als de Buienradar-app dus toch niet he-le-maal betrouwbaar blijkt te zijn (ja, ik héb goed gekeken!) waardoor mijn sokken nu in mijn schoenen soppen? Mag ik misschien zo kijken, als alle stoplichten op kunstige wijze van groen, naar oranje, naar rood verspringen nét op het moment dat ik eraan kom? Mag ik misschien zo kijken, als blijkt dat die ene niet te missen wasverzachter-megadeal die ik van de week in het ’t krantje zag mijn huid zelfs op de meest onherbergzame plekken teistert en ik dus wel heen en weer móet schuiven over dat kleffe kutzadel?

En dan heb ik het nog niet eens over mijn handtas, die duidelijk en stereotiep veel te zwaar beladen is met al het hebben en houden dat een vrouw als ik rijk kan zijn, en die dus pijnlijk aan mijn vers opgelopen whiplash-nek (ander verhaal) trekt. En ook niet over het feit dat er zich een legendarisch bloedbad aan menstruatieachtige taferelen tussen mijn benen afspeelt, waar de makers van Saving Private Ryan nog een puntje aan kunnen zuigen. Waardoor overigens mijn baarmoederwand zich zo fanatiek samentrekt dat mijn darmen gewoon spontaan besluiten gezellig mee te doen en ik inmiddels ongelofelijk nodig moet poepen. Poepen ja. Ik weet niet hoe dat bij andere dames werkt, maar bij mij werkt dat dus op die manier.

Dus nee, lieve vrolijke vrolijkerd. Ik kijk niet vrolijk. Ik ben niet vrolijk. En ik haat op dit moment alle mensen die wel vrolijk zijn. Maar morgen ben ik je vrouw. Morgen fiets ik fluitend door de Amsterdamse straten en trakteer ik je op een brede glimlach. Morgen is een nieuwe dag. Maar dan kom ik jou nooit tegen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *