november 2020

Groots met een zachte G. Van de wereld in brand tot verhuizen naar Brabant.

Toen ik veertien was stond de wereld in brand. Of nou ja, míjn wereld stond in brand.
Mijn vertrouwde wereldje, welteverstaan. In korte tijd schreef ik er een heel dagboek over vol. Met felle penstreken, gefrustreerde krassen en door tranen bevochtigde bladzijden. Zo nu en dan voorzien van angstwekkende tekeningetjes, puur ter illustratie van hoe vreselijk het allemaal wel niet was.
We gingen verhuizen.

We gingen verhuizen naar een dorpje verderop. Een dorp (!). Waar ik niemand kende. Waar iedereen elkaar wél kende. Waar het op momenten in het jaar stonk naar verse bemesting. En waar alleen een kleine buurtsuper was voor kleine boodschappen. Waarvandaan ik veel verder moest fietsen voor werkelijk alles dat me lief was. We gingen verhuizen. Naar een stom dorp, naar een stom huis, in een stomme straat. Kortom: het ergst denkbare.

Zo gruwelijk als het toen was, zo geweldig vind ik het nu. Om te zien hoe ervaringen als deze me hebben gebracht naar hier en nu. Hoe een nieuwe plek 14 kilometer verderop de aanzet was van hoe groter en groots mijn wereld daarna nog zou worden. Hoe ik me uiteindelijk meer en meer open heb kunnen stellen voor nieuw en anders. En buiten de kaders van mijn kortzichtigheid trad. Om me vervolgens met veel tussenstappen, over continenten zoals Azië, Australië en Amerika, naar het bloedstollende Brabant te voeren.

Dat kwam als een verrassing. Waarschijnlijk omdat ik in de dagen ervoor nog zo hartstochtelijk had geroepen dat ik gewoon verrast wilde worden. Ik ontmoette hem in een pub in Dublin. Waarschijnlijk omdat de film P.S. I love you aanleiding was geweest voor twee tickets Ierland. Hij was daar met zijn zus. Waarschijnlijk omdat ik er met mijn broer was. Hij was een hoop van waar ik niet naar op zoek was. Waarschijnlijk omdat het aanvinken van online checkboxjes me totaal niet had geholpen. Hij kwam in een package deal met één van 7 en één van 9. Waarschijnlijk omdat ik zelf al zo lang kinderen wilde. Hij woonde 143 kilometer verderop. Waarschijnlijk omdat ik zoveel van reizen hield. Ik vond de liefde van m’n leven. Waarschijnlijk omdat ik vlak daarvoor nog dacht dat ik niemand nodig had.

En dus ga ik weer verhuizen. Naar een dorp nóg iets verderop. Waar ik niemand ken. En waar bijna iedereen elkaar wel kent. Waar het op momenten in het jaar één grote gekte is. Compleet met zachte G. Waar patat friet heet. En daar perfect in de Schijf van Vijf past. Waar je aanrijdt als je vertrekt en je afgewerkt van kantoor thuiskomt. Waar je niet op, maar onder een sport kan zitten. Waar straks ook net gebeurd kan zijn, en “daluk” een woord voor straks is.

En ja, dat zal heus even wennen zijn. Wennen aan dat ik “Laat me” voortaan niet meer meezing met Ramses, maar met Ferry de Lits.  Aan “ons mam en ons pap” en “die ouders”. Aan uitzicht op een speelpleintje, in plaats van op de Gall & Gall. Aan worstenbroodjes en aan “wat” zonder -t (wâh?). Aan bos en aan hei. En aan het wonen in een stads dorp, in plaats van wonen in een dorpse stad.

En toch voelt de stap, groots als ‘ie is, toch zo vertrouwd. Wetend dat het juist deze stappen zijn die mijn leven zo prachtig maken. Alsof ik achttien jaar geoefend heb op het uiteindelijk hier uitkomen. En wie weet waar dat me dan weer brengt.
Het is zoeken buiten de comfortzone. Want daar is waar je ‘t meestal vindt. En dat is niet alleen ontluikend. Maar ook nog eens kei leuk.

IMG_6473 2