Fuck de standaard. Over verrijken door af te wijken

‘Misschien een beetje een gekke vraag hoor, maar wil jij eigenlijk nog kinderen?’
Nieuwsgierig en onschuldig kijkt ze me met haar groenbruine kinderogen vanaf de andere kant van de tafel aan. Tussen ons in ligt mijn verwoede poging om yahtzee te gooien.
Wil ik eigenlijk nog kinderen? Het is een vraag die ik minimaal eens per week, en soms drie keer op een avond gesteld krijg. Maar van deze dame in de dop had ik de vraag vanavond niet verwacht. Ik weet het niet. En dus weet ik niet wat ik moet antwoorden. Als ik nee zeg, lieg ik. Als ik ja zeg levert dat alleen maar meer vraagtekens op. Ik besluit me ervan af te maken met een grap.

Kinderen krijgen. Een groot onderdeel van het fenomeen dat “het gewone plaatje” heet. Net als studeren, je rijbewijs halen, een leuke partner ontmoeten, samenwonen en eventueel trouwen is kinderen krijgen één van die stappen die in je leven doorloopt. Ook al weten we allemaal dat het niet vanzelf gaat en dat je kinderen niet néémt, maar hopelijk mág krijgen. Toch gaan we er met z’n allen vanuit dat die ellende allemaal aan jou voorbij zal gaan en dat ook jouw leven “gewoon” volgens “het plaatje” zal verlopen.

De opgetrokken wenkbrauwen zijn dan ook niet aan te slepen als je afwijkt van die standaard. Zelfs een kind van tien heeft er vraagtekens bij als je als dertigjarige vrouw nog geen kroost hebt geworpen. Terwijl afwijken anno 2018 geheel plausibel is. Want misschien wil je helemaal geen kinderen en je leven niet laten bepalen door het ritme van een gezin. Misschien ontmoet je wel geen leuke man, maar word je verliefd op een vrouw. Misschien wil je wel helemaal niet studeren, maar met een rugzak de wereld rond. Misschien wil je genderneutraal zijn. Als man je haar in een knotje kunnen dragen. Of als vrouw vlechten kunnen leggen in je okselhaar.

Makkelijk is dat niet, afwijken van de standaard. Maar nu we na generaties opboksen tegen oorlog, armoe en status wel zo’n beetje aangekomen zijn bij de top van Maslow’s piramide, en we dus hartvochtig ons levensgeluk najagen, komt het wel eens voor.
Ook ik waagde me eraan, en nam een zijspoor van het geijkte pad dat ik toen al tien jaar liep. Niet zozeer omdat ik per se af wilde wijken van wat er van me werd verwacht, maar wel omdat ik op een punt was gekomen dat ik zo een beetje alles in het leven omarmde van wat zij mij schonk – even verdrietig als prachtig.
Dus zag ik dat paar bruine zachtleren laarzen voor de helft van de prijs in de etalage als een teken van het universum. Volgde ik mijn gevoel als het ging om een nieuwe baan mét een hoofdkantoor in Groningen. Zei ik vaker ‘ja’ tegen nieuwe dingen. En liep ik ook niet weg voor een fantastische romance met een twee meter lange, blonde en 18 jaar oudere vader van drie kinderen. Die zelf geen kinderen meer wilde.

‘Zonde, van zo’n leuke meid’ – de gemiddelde overtuiging van keurslijflievend Nederland. Versus het zeldzame groepje mensen dat er helemaal niks van vindt. Een handjevol mensen acht het allemaal “heel moedig” – whatever that may mean. Maar het overgrote deel weigert erin mee te gaan en weet zeker dat de relatie gedoemd is te mislukken. Zij mogen zich dan ook gelukkig prijzen; daarin kregen ze gelijk.

Ja okee, toegegeven: de makkelijkste weg was het niet. Ik moest mezelf wegcijferen. Me aanpassen. Een hoop accepteren. En ook negeren. Het vergde inlevingsvermogen. Energie. En soms ook tranen, boosheid en spijt. De achterkant van de glimmende voorkant van de medaille; aan liefde ontbrak het niet. En toch was het na drie jaar onvermijdelijk er een punt achter te zetten. Omdat we erachter kwamen wat we al die tijd al wisten: ik wilde uitzicht op een gezin, hij had die al.

Maar… zonde? Okee, ik heb een hoop moeten laten. En toch staat dat niet in verhouding tot wat het me heeft gebracht.
Want in drie jaar afwijken van de standaard leerde ik te kijken voorbij mijn kortzichtigheid en open te staan voor anders. Leerde ik te vertrouwen op mijn gevoel en intuïtie. Leerde ik te accepteren, te delen, niet meer in verwachtingen te denken en meer in het nu te leven. Ik leerde te genieten van plekken buiten mijn comfortzone. Ik verkende mijn grenzen en wensen. En vocht voor mijn overtuigingen.

Een prachtige ontdekkingstocht. En blijkbaar slechts het begin van wat er komen zou. Want in de afgelopen maanden na die drie jaar leerde ik pas echt. Niet alleen om los te laten, maar ook om op eigen benen te staan. Ik vond mijn grenzen, mijn eigen plek. Ik vond mijn vrienden, en familie, en ontdekte wat ik wel en ook wat ik niet wil. Ik heb gevoeld hoe het hart kan breken en ik ben erin geslaagd die zelf te lijmen. Ik leerde 100% van mezelf te houden, gewoon om wie ik ben. En dit alles met als resultaat dat ik meer Sanne ben dan ooit tevoren. En gelukkiger dan ik me kan herinneren.

Dus zonde? Nee. Het was één van die levenslessen die ik “gewoon” moest doorlopen, om zo een nog betere versie van mezelf te worden. Een eigen ongebaand levenspad, met geweldige in- en uitzichten along the way. Dus fuck die standaard. En fuck het keurslijf. Omarm anders en vooral: kies je eigen pad en leer daarvan. Wees jezelf en laat de rest zijn wie ze willen zijn. Want geloof me, daar wordt het leven echt een stuk gelukkiger van.

FullSizeRender 27

FullSizeRender 26

FullSizeRender 25

 

 

 

Kraaienklauwen en katerwelling. De wereld van een dertiger in de dop.

Ik leef nog. Een conclusie die ik enkel en alleen ontleen aan het eenvoudige feit dat ik pijn voel. Hevige, helse, ondraaglijke pijnen aan de linkerzijde van mijn hoofd, ter hoogte van mijn slaap. Een zeurend gevoel ontwaakt tegelijkertijd in mijn onderrug. En er is iets geks met mijn maag aan de hand.

Voorzichtig open ik mijn ogen en zie wazig de vertrouwde contouren van onze slaapkamer. Ik lig op iets hards en ontdek verbaasd, maar dankbaar, dat ik liefdevol lig te spoonen met een hevig aangebroken pakje paracetamol. Met de kracht van een doordrenkte spons druk ik vastberaden twee tabletten uit de pilstrip.
Ik kijk de kamer rond. Links van me ligt hij nietsvermoedend en in comateuze toestand ver onder de dekens gedoken. De bofkont. Rechts van me een bont geheel aan kleding, schoenen en oranje accessoires, met daarnaast de gevolgen van mijn pre-ontbijt-op-bed: een bordje gehavende tostikorst, drijvend in een overdaad aan ketchup, en een pak lauwzure CoolBest.
Mijn keel is droog en mijn tong voelt als dik schuurpapier – ik heb verschrikkuluke dorst. En dus strek ik als ware het een fata morgana in de Sahara reikhalzend en hoopvol mijn hand uit naar het sinaasappelsap. Pas dan zie ik de schittering aan de ringvinger van mijn rechterhand. Verbluft slaat mijn hart een slag over. Ik was jarig vannacht!

Ik heb heel wat vrienden en vriendinnen die een paar jaar ouder zijn dan ik. Gezellige lui, die ik stuk voor stuk genadeloos heb vervloekt toen zij meedogenloos bleven zeuren over hun overgang naar de gene zijde. Onzin vond ik het; leeftijd is maar een getal, je bent zo jong als je je voelt en meer van dat soort crap. Welnu, mensen, the struggle is real. Het bewijs? Du moment dat ik de magische leeftijd van 30 bereikte werd niet alleen de intensiteit van wat ik vroeger een katertje genoemd zou hebben stante pede vertienvoudigd tot een helse ervaring, ook schattige kraaienpootjes verschieten ineens tot diepe groeven en pronte borstjes verliezen één minuut over twaalf plotsklaps lamlendig en verveeld hun jeugdig volume. En dat is nog maar het begin.

Dacht je in je naïeve twingtigerjaren nog te geloven dat je tegen de 30 wel alle antwoorden op je levensvragen had, zijn de enige antwoorden die ik na een dag of wat als dertiger ken dat ik: A. Meer Spa Rood zal moeten drinken tijdens een avondje uit, en B. dat ik over 56 dagen word verwacht voor het Landelijk Bevolkinsgsonderzoek. Hiep, hiep, hoera. Net even anders dan andere jaren, toen ik nog met plezier wijdbeens mijn nieuwe levensjaar inluidde.

En mocht je je troost willen zoeken bij een willekeurig social media kanaal – laten we wel wezen: tot voor kort toch een beetje onze hoop in bange dagen, ook dan heb je het mis. Om te beginnen moet je je eerst een weg zien te banen door alle trouwfoto’s en babyadvertenties – Nee, ik wil geen biokatoenen draagdoek. Ook niet in een hippe print. Nee, echt niet – om vervolgens alle overgebleven kattenplaatjes, hondenkunstjes en diepzinnige lifequotes van een duimpje te voorzien.
Godzijdank heb je als dertiger de tijd van zware foundations, plakkaten mascara en dikke lagen lipgloss voor altijd achter je gelaten, maar denk je met je mooie look-au-naturel een leuke score van likes binnen te harken van je achterban, forget it! Je weet nu pas echt dat je oud begint te worden als je telefoon na 20 keer oplichten zuchtend zwart blijft. Versus het schamele 247 dat de jeugd voor een selfie toebedeeld krijgt, dus.

Oneerlijk? Welnee. Het einde? Ook niet. Alleen maar ellende? Zeker niet. Anders? Dat wel. Volwassenheid comes with a prize. Met een z dus. Want hoe ik ook went of keer: ieder nadeel heb z’n voordeel. Anti-aging crème is een feit, maar ik ben reuze blij met de twintig minuten die het me scheelt zonder al die zware make-up die ik tien jaar geleden dacht nodig te hebben. Sporten lijkt een must, en toch ben ik honderd keer zekerder over mijn lichaam dan alle jaren hiervoor. Ik kan niet meer eindeloos drinken wat ik wil, daarom geniet ik nu meer van een goed glas wijn. Ik heb mijn tijd niet meer te verdelen om tot de pijngrens alle feestjes en fuifjes af te lopen, daarom is die ene vriendschap zo speciaal. Social media is niet meer wat het was, maar het kan me al lang niet meer zoveel schelen wat anderen van mij vinden. Zowel online, als offline.
Ik heb me in de afgelopen vijftien jaar druk gemaakt over te lange tenen, te dikke billen en te korte benen. Over of iedereen (maar dan ook iedereen) me wel aardig, leuk en lief zou vinden. Over geslaagd zijn in het leven, al dan niet met een carrière, koophuis, relatie of gezin. En over wie ik ben, wie ik wil zijn en wie ik zou moeten zijn voor een volmaakt gelukkig leven. Het mocht dan even duren, maar ik weet nu meer dan ooit: ik ben wie ik ben. Dat ben ik door hoe ik hier kwam. En daar ben ik blij om.

Alle antwoorden? Neuh. Geen onzekerheden meer? I wish. Maar: wijsheid komt met de jaren. En ondanks mijn gezever over kraaienklauwen en katerkwelling ben ik gelukkiger met mezelf en onverschrokkener dan ooit! Dus kom maar op.
Ik ben 30! Hoera!

IMG_5126 DSC06037

#metoo. Over alledaagse neukbaarheid, aandachtsgeile kwetsbaarheid en de humor van dit alles.


Het gebeurt op een doodnormale dinsdagmiddag. In de keuken op Kanteur. Ze gooit haar handen verdedigend omhoog, haar hoofd lachend in haar nek. “Hahaha, hashtag me toohoe! God, ik voel me zó aangerand, hahaha!” Ze gooit er een knipoog in en heupwiegt dan buiten adem van het lachen weg.
Een paar dagen later sta ik op een borrel. “Ik doe er nog één hoor!”, lacht de jarige. “Ik ook! Me too! Hashtag, hashtag!” Hard gelach. “Ja, sorry hoor, maar ik vind het dus zó overdreven allemaal!” De dames knikken instemmend.

#metoo. Je hoort het zoveel, dat de kreet onlangs is uitgeroepen tot woord van het jaar. En met de aandacht, is ook de hilariteit rondom de term met de dag gegroeid. Inmiddels wordt #metoo in één adem genoemd met iets gewoons als het bestellen van een rondje bier, is verkrachting en aanranding onderwerp van grappig bedoelde animaties in de groepsapp, en lachen we hard om “die trieste wijven die meteen gaan zitten janken als er iemand aan hun billen zit.”
Was de actie in het begin nog wel een eye-opener, vinden we elke tweet en ieder blog voorzien van de hashtag nu vooral overdreven, vermoeiend, aandachtsgeil en onnodig.

Het verbaast me niet. Niet meer. Het blijkt namelijk heul normaal seksueel gedrag van alledag te zijn. Echt! Zó normaal dat niemand meer opkijkt van een collega die je toefluistert dat je lekker staat te soppen als je met een vaatdoekje in de weer bent. Niemand die er echt iets van vindt als jonge jongens bij de ingang van de supermarkt je complimenteren met je neukbaarheidsgehalte. Als je tijdens een avondje uit vol in je kruis gegrepen wordt door een willekeurige vreemde is dat gewoon een donderdagavond. En als een agressieve strandganger je in het voorbijgaan toebijt dat je zo geil bent dat hij je het liefst op je buik dwingt om je keihard van achter te kunnen neuken, betekent dat eigenlijk gewoon dat je lekker in vel zit. Toch?

Dus waarom dáár nou over zeuren? Héél normaal joh, anno 2017. Lekker gewoontjes. En: hilarisch lachwekkend! Nog even en we vertellen onze puberdochters dat het helemaal okee is om betast te worden als je daar niet om hebt gevraagd. Dat het prima is als je je docent pijpt voor een goed cijfer. Nog een paar jaar en we voeden onze zoons op met het feit dat het heel gebruikelijk is om geïntimideerd te worden als je daarmee een goede baan kunt krijgen. En grappen we tegen ons nageslacht dat ze er zelf om hebben gevraagd als ze onderweg naar huis worden verkracht.

Of kan het zijn dat ook dat niet helemaal is wat we willen? En moeten we, misschien wel, blij zijn met het feit dat, sinds de #Metoo-discussie, het aantal meldingen van seksueel geweld is verdubbeld? En dat op basis daarvan strafvervolging eindelijk mogelijk is? Dat het taboe op misbruik en intimidatie van vooral vrouwen en meisjes na decennia van feminisme, strijd voor bewustwording en slachtofferhulp eindelijk begint te verschuiven? Dat velen zich dankzij deze ene hashtag gesterkt voelen, en – soms na vele jaren – eindelijk hun verhaal doen? Dat er eindelijk grenzen worden getrokken, waarvan velen het bestaan niet eens leken te weten? Dat het begin van einde in zicht is als het gaat om het gebruiken van macht door mannen die maar pakken wat ze willen?

Okee, vooruit. Het verbaast me wél. Dat we na slechts een paar weken (!) van discussie over jarenlange (!) intimidatie nu wel Metoo-moe zijn, dat we hartelijk lachen om vrouwen die de eerste moedige stap zetten naar een eerlijkere toekomst, dat we iets kwetsbaars als grensoverschrijdend gedrag afdoen als een seksueel misverstand, en daar giechelend op proosten… Ik begrijp het niet. En ik vind het niet normaal.

Dus lach ik niet. Grap ik niet. En luister ik alleen.
Ik proost wel. Op iedereen die er net als ik voor kiest het niet normaal te vinden. En op alle vrouwen die mij voor gingen. Want: ik heb het nog niet gedurft.

FullSizeRender

Van massageschuur tot Mark Manson. Over leren loslaten.


Onrustig lig ik op mijn rug. Het harde oppervlak drukt op mijn schouderbladen en de holte in mijn onderrug vindt geen steun. Het vloeipapier kleeft aan mijn billen en ik transpireer terwijl de grote airco die schuin boven me hangt me koud en klam doet aanvoelen. Als ik naar links kijk zie ik hem met zijn neus ver tussen haar dijen. Had ze net nog een legging aan, zie ik nu haar roze kanten ondergoed onder haar turquoise jurkje uit piepen. Haar lichaam over hem heen gebogen, zijn huid glad van de olie. Be careful what you wish for. Als een mantra schiet het door mijn hoofd.

Ik kijk verder de kamer rond en zie het roodverlichte bubbelbad in de hoek van de kamer. “Mister, you want bath, yes? Fiptee extra. Good for you, no?” 
Ik lach inwendig terwijl ik haar serieus aankijk en verwoed met mijn hoofd schud. Nee, een bad nemen we wel weer als we met gierende banden zijn weggereden bij deze toko. Ik kijk nog een keer naar links. Hij geeft me een ongemakkelijke knipoog en een kneepje in mijn arm. We lachen, en weten allebei: dit is de laatste keer dat ik zal doordrammen.

Verwachtingen, wensen en behoeften. Wij vrouwen staan er bol van. Maar zeg nou zelf: wat is nu een romantische getaway in lovely Italy, zonder zo’n heerlijke massage waar we allebei zo gek op zijn? Heerlijk in de namiddag een uurtje samen ontspannen, voordat we met zonsondergang en een glas Aperol Spritz aan de avond beginnen. Fijn, toch?
Dat ik aan de gevel had kunnen zien dat het niet your average massagesalon was, negeerde ik gemakshalve. De donkere roodverlichte gangen naar het kamertje achterin de salon deden wel wat belletjes rinkelen. Maar tegen de tijd dat de leggings ineens uit waren en we de handen bij onze private parts moesten weghouden was het te laat en wist ik het zeker: niet helemaal wat ik bedoelde!

Wederom is het me niet helemaal gelukt mijn verwachting, mijn ideale plaatje van wat romantiek zou moeten zijn, los te laten. Een massage hoort erbij. En dus kreeg ik mijn massage. Keihard lachen we erom, nadat we onze lichamen minutieus hebben gescrubd in de badkamer van ons hotel. Hij vooral. Hoe we daar in godsnaam terecht waren gekomen? Simpel: omdat ik het wilde. En me proberen op andere gedachten te brengen is kansloos, dat weet hij inmiddels ook wel – arme man.

Want loslaten is een kunst. Een edele kunst, lees ik later in het hilarische boek van Mark Manson. Het heeft ermee te maken dat we bepaalde waarde hechten aan iets, wat dan weer consequenties heeft voor je kijk op totaal iets anders. En hoe meer waarde je aan dat iets hecht – vaak details – hoe belangrijker die details voor je worden, en hoe moeilijker het zal zijn het grotere geheel daar los van te zien. Samengevat in mijn geval: massage = romantisch = vakantie, en andersom. Als ik Mark moet geloven vind ik, ja echt, die massage zó belangrijk, dat ik het zonder geen geslaagde vakantie zou vinden.

Fuck. Het frustreert me enorm dat nu juist een man de auteur is van dit boek. Maar het verbaast me niet. En een punt heeft ‘ie wel, natuurlijk.
Let it go. Ze roepen het tegenwoordig verdomme zelfs in Disneyfilms! Ik moet er achter komen in een schimmige Thais-Italiaanse massageschuur. Yep, lesje geleerd. Maar ook: genoeg materiaal voor een paar jaar aan grappen en binnenpretjes. En tsja.. dan heb je toch iets.

“Kom, schat. We gaan aan de Spritz.”

Lees ook eens: Foutje? Bedankt! Over de kunst van het falen. 

IMG_2929
IMG_0943